De eerste hbo-groep RVWO: wat zijn de ‘lessons learned’?


Begin mei 2019 ging de eerste groep hbo-studenten Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs® (RVWO) van start met de opleiding. Kika Stijger van de Leidse Onderwijs Instellingen (LOI) vertelt over haar eerste indrukken én over de uitdagingen voor de komende periode. “We willen onze docenten nog meer meenemen in het gedachtegoed van RVWO.”

Sinds het voorjaar is Kika Stijger (manager klassikaal onderwijs en contactonderwijs LOI) intern projectleider RVWO namens LOI Hogeschool. Wat is haar rol binnen het project?

“In het begin, voorafgaand aan de start van de eerste groep studenten en het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst, had ik nog geen rol en nam mijn collega Hanne Wiegman het voortouw. Zelf maak ik sinds mei 2019 deel uit van de Werkgroep Projectleiders. In deze werkgroep wisselen we kennis uit en stemmen we voortdurend af over hoe het in de praktijk gaat en wat het onderwijs daarvan moeten weten – en vice versa. Ook stuur ik medewerkers aan die te maken hebben met RVWO – zoals planner Richard Beugelink. Mijn collega Marjolein Lohmann neemt in de Werkgroep (hbo) Waarde-vol Onderwijs de onderwijsontwikkeling ter hand. Verder borg ik dat RVWO tot wasdom komt binnen LOI Hogeschool.”

Wat was je eerste indruk van het project?

“Die was goed! Het project past prima bij de onderwijsmissie- en visie van LOI Hogeschool om maatwerk te leveren en af te stemmen op wat het werkveld vraagt. Het is heel positief dat verschillende partijen in de regio hun krachten bundelen om samen het – in ons geval – bachelor onderwijs verpleegkunde te vernieuwen en verrijken, zodat het nog beter aansluit bij de ontwikkelingen in de VVT-sector en er meer oog is wat bewoners/cliënten, naasten en medewerkers willen. Het is een mooi uitgangspunt om relaties en waarden centraal te stellen tijdens de opleiding. Ook ben ik enthousiast over de interprofessionele aanpak, waarbij studenten van verschillende opleidingen en niveaus van en met elkaar leren. Dit maakt het onderwijs aantrekkelijker, waardoor hopelijk meer mensen kiezen voor een opleiding en baan in de sector zorg en welzijn in het algemeen en de ouderenzorg in het bijzonder. Als LOI Hogeschool dragen we zo graag een steentje bij aan het kwalitatief hoogwaardig opleiden van personeel en het terugdringen van het personeelstekort in de regio.”

Wat gaat er goed in het project?

“Om te beginnen is het heel knap dat we erin geslaagd zijn om in relatief korte tijd zo’n project te realiseren met een groot aantal partijen. Er is regelmatig en veelvuldig contact; de samenwerking verloopt goed. Ook de lijntjes met RVWO-projectleider Mieke Hollander zijn heel kort. Verder is het prachtig om te zien hoe de studenten elkaar helpen. Deze eerste hbo-groep bestaat deels uit doorstromers en deels uit zij-instromers. Zij hebben zelf een soort van buddy-systeem opgericht, waarin ze elkaar ondersteunen.”

Wat kan er beter?

“Dankzij een continu proces van evalueren en verbeteren weten we gelukkig goed waar verbeterpunten zitten. We hebben voortdurend feedback over de wijze van onderwijs – naar vorm en inhoud – aan de studenten gevraagd. Ook de praktijkopleiders en werkbegeleiders zijn recent meegenomen in het evalueren van de opleiding tot nu toe. Met een afvaardiging van de studenten is zelfs op detailniveau bij elke les stilgestaan. Dit heeft ons veel inzichten opgeleverd, die hebben geleid tot aanpassingen in het programma (zie grijze kader onder aan deze tekst). Uiteraard zullen alle verbeteringen ook voor de toekomstige groepen gelden.”

Welke uitdagingen zie je voor de komende periode?

“We willen graag het gedachtegoed van RVWO nog beter overbrengen naar de LOI-docenten, bijvoorbeeld met behulp van de informatieve filmpjes die zijn ontwikkeld door Mieke Hollander en Aart Eliens. Het is belangrijk dat alle betrokkenen goed aangehaakt zijn bij het gedachtegoed van RVWO. Ook zouden we graag een intervisiebijeenkomst willen organiseren voor LOI-docenten én velddeskundigen. In de praktijk zal het misschien echter best lastig zijn om iedereen bij elkaar te krijgen, omdat betrokkenen verspreid door het hele land wonen en niet op dezelfde dagen werken.”

Wat zou RVWO uiteindelijk moeten opleveren?

“Natuurlijk dat al onze studenten een ontwikkeling doormaken tot echte hbo- verpleegkundigen en daarmee hun diploma/hbo-v-bachelorgetuigschrift halen! En vervolgens dat zij ook in hun dagelijkse praktijk dichter bij de bewoners staan en blijven werken vanuit het gedachtegoed van RVWO om het zo als een olievlek te verspreiden.”

Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst)

Aanpassingen
In december gaat de nieuwe hbo-groep RVWO van start. Wat verandert er voor deze nieuwe studenten? Kika Stijger en Mieke Hollander zetten het op een rijtje. “We zijn op de goede weg, maar het kan en moet nog beter”, aldus Mieke.

Mieke stelt dat, om te beginnen, de samenstelling van de volgende groep anders zal zijn: “Alle goede bedoelingen ten spijt: een gecombineerde groep van zij- en doorstromers heeft niet goed uitgepakt. Het beginniveau van de twee groepen studenten liep te zeer uiteen. Hierdoor lag het tempo voor de zij-instromers te hoog. Ook zijn sommige lessen voor de zij-instromers te vroeg geprogrammeerd. Als voorbeeld: de vaardigheidstraining over zwachtelen is voorbarig als er nog geen kennislessen over het vaatstelsel zijn onderwezen.” “Er komt dus meer aandacht voor het rooster en het programmeren van de lessen, trouwens ook al voor de huidige groep”, zegt Kika. “Hierdoor denken we de studiedruk naar beneden bij te kunnen stellen, zonder aan de kwaliteit van de opleiding te tornen. Bovendien wordt er meer tijd tussen de verschillende thema’s gepland, zodat de studeerbaarheid toeneemt.”
Verder zal er bij de komende hbo-groep in de eerste vier weken van de opleiding meer aandacht zijn voor welzijnsaspecten, conform de uitgangspunten van RVWO. Mieke: “In het mbo-onderwijs RVWO staan we direct al uitgebreid stil bij welzijn, maar bij de bacheloropleiding verpleegkunde was het nog onvoldoende doorgevoerd. Dat gaat dus veranderen. Ook gaan we die eerste weken aandacht schenken aan groepsvorming, ‘leren leren’ en het aanreiken van basiskennis. De studenten zitten dan veel in de schoolbanken, al bleek uit de evaluatie dat zij het contact met de praktijk misten. Maar die vier ‘schoolse weken’ blijven toch gehandhaafd.”
Intussen is ook gebleken dat de afstemming tussen de programmaonderdelen van LOI Hogeschool en RVWO beter kan, vertelt Kika: “In het begin stonden de onderwijsmodules en de colleges van de velddeskundigen te veel los van elkaar, terwijl we juist graag willen dat ze elkaar versterken. Een voorbeeld: als een velddeskundige komt spreken over zorgsystemen, dan zou dat onderwerp idealiter ook in dezelfde week in de onderwijslessen aan bod moeten komen. Om de integratie van de diverse onderdelen te bevorderen, gaan we de lesplannen van docenten delen met de velddeskundigen – en vice versa.” 


Geplaatst op: 16 augustus 2019
Laatst gewijzigd op: 19 september 2019