Werkbezoek: ervaringen met RVWO

In gesprek met VWS en OCW

Betrokkenen vertellen over hun ervaringen met RVWO

Wat merken direct betrokkenen in de praktijk van het project Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs® (RVWO)? Wat is anders dan voorheen? Hoe ervaren zij dat zelf? En bewoners en hun naasten? Op 18 maart vertelden ze erover aan onder meer beleidsmedewerkers van de ministeries van OCW en VWS.

Maandagmiddag, iets voor twee uur. In een zaal van Rustoord, een locatie van DSV|verzorgd leven te Lisse, verzamelen zich diverse mensen die in de praktijk betrokken zijn bij Waarde-vol Onderwijs: studenten, werkbegeleiding, praktijkbegeleiding, docenten, verpleegkundigen, verzorgenden, bewoners. Bij hen voegen zich ambtenaren van de ministeries van OCW en VWS, een medewerker van SBB, afgevaardigden van Zorgkantoor Zorg en Zekerheid en een lid van het Ouderenberaad Zuid-Holland Noord. Alle ruim 25 aanwezigen verspreiden zich over drie tafels om met elkaar in gesprek te aan. Tevens krijgt elke groep een korte rondleiding door Rustoord.

Aftrap

Gerard Herbrink, directeur-bestuurder bij DSV|verzorgd leven, trapt de bijeenkomst af. Hij staat stil bij de arbeidsmarktproblematiek, waarmee zorgorganisaties in Nederland zich sinds ongeveer 2015 geconfronteerd zien. Hij schetst hoe DSV|verzorgd leven op zoek is gegaan naar creatieve oplossingen. Sinds 2018 geeft DSV|verzorgd leven – samen met zorgorganisaties Topaz, ActiVite en onderwijsinstellingen LOI Hogeschool en mboRijnland – vorm aan het traject RVWO.
Mieke Hollander vertelt kort iets over de achtergrond van dit project, waarin de vijf partijen samen het zorg- en welzijnsonderwijs verrijken om aankomende professionals beter voor te bereiden op de praktijk van de ouderenzorg.

Waarom dit project?

De bezoekers van de ministeries, SBB, het Ouderenberaad en het zorgkantoor hebben tal van vragen over het project. Zo vraagt een ambtenaar zijn tafelgenoten wat een belangrijke reden is geweest om met het project te starten. “We zagen te vaak binnen onze eigen organisatie dat de onderwerpen die wij in de praktijk belangrijk vinden meer aandacht verdienen in het onderwijs’’, vertelt Thessa Groen, verpleegkundige, beleidsmedewerker en intern projectleider RVWO bij DSV|verzorgd leven. “De nadruk in de reguliere opleidingen ligt sterk op verpleegtechnische vaardigheden, terwijl de focus volgens ons meer zou moeten liggen op welzijn. Onze bewoners zijn aangekomen in hun laatste levensfase; ze worden niet meer beter. Dit vraagt om een andere mindset en die willen we studenten met deze opleiding graag meegeven. De rode draad is het welbevinden van de bewoners en hun naasten.”

Grootste verschillen

Een vraag die ook naar voren komt, is: wat is nu het grootste verschil met voorheen? Een senior verpleegkundige antwoordt dat de nieuwe groep leert aan de hand van individuele leervragen en dat dit van de werkbegeleiders de flexibiliteit vraagt om hierbij te kunnen aansluiten. Immers: onderwerpen komen door deze aanpak niet in een vaste volgorde aan bod. Ook anders is het interprofessioneel leren, vertelt Corinda Witteveen, praktijkopleider bij DSV|verzorgd leven. “Studenten van verschillende niveaus leren van en met elkaar.” Verder wordt het werkplekleren genoemd: studenten leren vooral in de praktijk. Net als het feit dat alle medewerkers werkbegeleider zijn. Een verzorgende signaleert dat er bovendien meer aandacht is voor zorginnovatie en voor onderwerpen als diversiteit, eenzaamheid en hoe je contact maakt met bewoners en naasten. Nieuw is verder dat er regelmatig gastdocenten langskomen om actuele kennis in te brengen. “Zo komt een gastspreker van het Nictiz binnenkort meer vertellen over e-health”, vertelt Mieke. “Ook zal iemand komen spreken over HuidHonger – de behoeften van ouderen aan fysiek contact.”

Waar wringt het?

Verschillende mensen vragen naar de voornaamste knelpunten die zich hebben voorgedaan tot nu toe. Mieke antwoordt dat het samenwerken met vijf partijen best een uitdaging is. Ook benoemt ze de weerstand tegen veranderingen. “Het kost tijd om mensen mee te krijgen. Het is belangrijk om medewerkers actief te betrekken, zoveel mogelijk bottom-up. Afdelingen konden bij de start zelf aangeven of ze wilden meedoen aan het project. Dat bleek een goede strategie. We zien dat steeds meer afdelingen zelf pilotafdeling willen worden.”
Marjolein Lohmann, onderwijsontwikkelaar van LOI Hogeschool, geeft aan dat het soms moeilijk kan zijn om alles ‘aan elkaar te puzzelen’: “Je wilt studenten graag maatwerk bieden, maar ook het groepsproces bevorderen. Bovendien heb je te maken met landelijke vereisten, zoals beroepsprofielen, wet BIG en accreditatieorganisaties, om tot een erkend diploma te komen. Daar moet je allemaal rekening mee houden, een behoorlijke uitdaging.”
Verschillende aanwezigen denken verder dat het goed zou zijn als de wettelijke regels meer rekening zouden kunnen houden met de professionaliteit van de studenten RVWO: de meesten zijn tussen de veertig en vijftig jaar en hebben behoorlijk wat werkervaring – al dan niet in de zorg.

Breed opleiden niet in de knel?

Een beleidsmedewerker vraagt zich nog af of het breed opleiden niet te veel in het gedrang komt als studenten specifiek voor de ouderenzorg worden opgeleid. Dit leidt tot een korte gedachtewisseling over de voor- en nadelen van breed opleiden. Een voordeel is, vinden sommigen, dat breed opgeleide studenten bij diplomering van veel sectoren weet hebben. Tegelijkertijd is het een illusie om te denken dat een brede opleiding een garantie is voor een brede, acute inzetbaarheid in alle sectoren van de gezondheidszorg, zeggen anderen.
Toch is het wel belangrijk om als student ‘verder te kijken dan je eigen organisatie’, denkt zo’n beetje iedereen. “Daarom veranderen de studenten RVWO ieder jaar van locatie”, vertelt Thessa. “Maar ze doen nu alleen ervaring op in de VVT-sector. Het zou mooi zijn, als er ook uitwisseling tot stand kwam met organisaties in andere zorgsectoren. Momenteel zijn we aan het kijken hoe we dat kunnen vormgeven.”

Helpt het?

RVWO wil zorg en hulp duurzaam aan laten sluiten bij de waarde(n) van cliënten en hun naasten, maken dat zorg- en onderwijsprofessionals hun werk met plezier kunnen doen én dat studenten kunnen leren op manieren die bij hen passen. Een belangrijke vraag is natuurlijk of die doelen al dichterbij komen. Verschillende direct betrokkenen menen van wel. Zo zegt een verpleegkundige dat het voor studenten motiverender is om aan eigen leervragen te werken, aansluitend bij wat zich voordoet in de praktijk, dan aan vooraf door school vastgestelde opdrachten. Een student vertelt dat ze het zo fijn vindt dat ze echt de gelegenheid krijgt om oudere mensen een goede plek te geven in het huis. Een doorstromer geeft aan dat ze graag meer wilde weten ‘over de mens zelf’ en dat deze opleiding heel goed bij die wens aansluit. En ook een bewoonster is enthousiast over de nieuwe lichting studenten: “Ik zou het heus wel zeggen als ik vond dat ze het niet goed deden. Maar dat hoeft niet, want ze doen het prima. We zwaaien al naar elkaar als ze uit de lift komen. En als ze dan bij me zijn, maken we een praatje. Heel gezellig!”

Zinvolle uitwisseling

Ook tijdens de rondleiding stellen de bezoekers volop vragen aan personeel en bewoners. Zo zijn ze erg geïnteresseerd in de detectievloer in de kamers van bewoners en in de activiteiten in de huiskamer en in de ontvangstruimte, waar vrijwilligers net een beautymiddag verzorgen. Er ontstaan geanimeerde gesprekken, die aan tafel weer worden voortgezet. Totdat het 16.00 uur is en Mieke Hollander de middag afrondt. Ze spreekt de hoop uit dat bezoekers het project zullen blijven volgen, via de website Waardevolonderwijs.nl en de nieuwsbrief RVWO, en bedankt de aanwezigen voor de bijzondere, waardevolle uitwisselingen. Het was een boeiende bijeenkomst!

Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst).


Geplaatst op: 8 april 2019
Laatst gewijzigd op: 9 april 2019