Waarde-vol werkbegeleiden

Een training voor praktijkopleiders

Waarde-vol werkbegeleiden, hoe doe je dat? Nicolien van Halem verzorgt drie train-de-trainer-bijeenkomsten over dit onderwerp, bedoeld voor praktijkopleiders van ActiVite, DSV|verzorgd leven en Topaz. De eerste twee zijn inmiddels achter de rug. Wat kwam er zoal aan bod? En hoe is dat ervaren door deelnemers? Over leervragen als citrusvruchten.

Hoe is de training Waarde-vol Werkbegeleiden opgebouwd?

“De training bestaat uit drie bijeenkomsten van elk drie uur. In totaal geef ik de gehele training twee keer. Er doen steeds tien tot twaalf praktijkopleiders mee.
Voorafgaand aan de eerste bijeenkomst heb ik geïnventariseerd waarover deelnemers graag meer wilden weten. Op basis van hun antwoorden heb ik de inhoud van de training ontworpen.
Over elk onderwerp dat we behandelen, vertel ik eerst kort wat theorie. Daarna ga ik met deelnemers in gesprek. Vervolgens gaan ze zelf aan de slag met opdrachten.”

Wat stond er op het programma tijdens de startbijeenkomst in januari?

“Eerst maakten de deelnemers kennis met elkaar. Belangrijk, omdat de praktijkopleiders niet allemaal bij dezelfde organisaties en locaties werken. Bovendien waren bij deze startbijeenkomst ook docenten van mboRijnland aanwezig – mboRijnland verzorgt samen met de drie zorgorganisaties het traject voor mbo-studenten Waarde-vol Onderwijs. Deze bijeenkomst was namelijk ook bedoeld om wat meer een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen en kennis te delen. Daarna hield Aart Eliens, projectmedewerker van Radicale Vernieuwing -Waarde-vol Onderwijs®, een inleiding over de essentie van Waarde-vol Onderwijs. Vervolgens zijn we ingegaan op interprofessioneel leren, een onderwijsaanpak waarbij studenten van verschillende opleidingsachtergronden van en met elkaar leren. Ook hebben we stilgestaan bij hybride leren. Deze aanpak combineert de sterke kanten van schools leren en leren op de werkplek.”

Kun je het onderstaande model van hybride leren eens toelichten?

“De verticale as maakt duidelijk hoe je iets leert. Bovenaan staat ‘acquireren’: kennis, vaardigheden of houdingsaspecten verwerven, los van de beroepscontext. Daarvan is sprake als een student bijvoorbeeld op school theorie krijgt aangereikt. Maar ook als de student samen met de werkbegeleider oefent hoe bijvoorbeeld een tillift werkt. Onderaan staat participeren: meedoen in de beroepscontext.
Op de horizontale as zie je waar de student leert. In een geconstrueerde situatie, bijvoorbeeld in een skills lab, of in een realistische situatie, tijdens het werken in de praktijk.”

Jullie hebben ook stilgestaan bij leervragen?

“Klopt. We hebben besproken hoe je samen met een student een goede leervraag formuleert. Dat blijkt namelijk best lastig. Een voorbeeld dat we in een rollenspel hebben uitgespeeld : een studente die net begint met haar opleiding wil leren katheteriseren. De werkbegeleider weet niet goed wat ze hiermee aan moet; meestal leer je deze handeling niet in het begin van de opleiding. Ze gaat hierop met de studente in gesprek en dan blijkt dat deze studente de complete zorg niet kan geven, omdat de cliënt een katheter heeft. Het wordt duidelijk dat ze vooral de katheterzak wil leren verwisselen, dat dit eigenlijk al voldoende is. Vervolgens bespreekt de werkbegeleider wat hiervoor nodig is: de studente moet kennis hebben van anatomie en hygiënemaatregelen, zij dient vaardig te worden in het verwisselen en ze moet iets weten over de juiste houding, over hoe je bijvoorbeeld omgaat met schaamte bij de cliënt.
Als je de leervraag helder hebt, kun je bedenken welke stappen de student vervolgens kan zetten om de vereiste competenties onder de knie te krijgen. En hoe je dit als werkbegeleider ondersteunt en beoordeelt.
Overigens: niet alle leervragen zijn zo ingewikkeld. Leervragen zijn als citrusvruchten: er zijn mandarijnen, die je zo afpelt. Er zijn sinaasappels, die je wat meer moet masseren om tot de kern te komen. En je hebt grapefruits, waarbij een mesje nodig is.”

Jullie zijn ook ingegaan op de rollen van de werkbegeleider binnen Waarde-vol Onderwijs?

“Ja. De eerste rol is die van coach: de werkbegeleider staat naast de student, sluit aan op zijn/haar mogelijkheden en geeft feedback. Verder de rol van opleider: de werkbegeleider geeft instructie over het uitvoeren van bepaalde handelingen. Dan de expert: studenten kunnen bij de werkbegeleider terecht met vragen over de beroepsinhoud. En tot slot de beoordelaar, die samen met de student of praktijkopleider bekijkt of een student een competentie beheerst.”

Bij het begeleiden kan de werkbegeleider verschillende strategieën inzetten?

Ja, bijvoorbeeld, modelling, oftewel voordoen. Of coaching, waarbij je studenten door middel van het stellen van vragen zelf oplossingen laat bedenken. En natuurlijk monitoring, waarbij je de vorderingen van de student op afstand volgt. En dan zijn er nog guiding en scaffolding. Daar hadden praktijkopleiders veel vragen over. Bij guiding benoem je de resultaten die de student kan behalen en geef je sturing bij het toewerken naar die resultaten. Bij scaffolding laat je een taak eerst uitvoeren met veel begeleiding. Vervolgens laat je een soortgelijke taak uitvoeren met minder hulp. Ik zeg altijd: als je leert zeilen, begin je op een plas. Dan ga je naar een meer. En vervolgens pas naar zee. Ook in de zorg neem je studenten eerst bij de hand en laat je ze langzamerhand meer los.”

Ook de rollen van praktijkopleiders en docenten zullen veranderen door Waarde-vol Onderwijs. Wat betekent dit voor de onderlinge samenwerking?

“We staan nog aan het begin van het project, maar ik verwacht dat er sowieso meer flexibiliteit gevraagd zal worden van alle betrokkenen. En de wil om gemeenschappelijk te onderzoeken hoe je het leren van studenten samen zo goed mogelijk ondersteunt.”

Welke onderwerpen zijn besproken tijdens de tweede bijeenkomst?

“Intervisie en reflectie. Ik heb een aantal eenvoudige reflectietools aangereikt, die werkbegeleiders meteen kunnen inzetten in hun praktijk. Zij hebben ze besproken en uitgeprobeerd. Het bleek inspiratie om ook eens op een andere manier intervisie te doen en te reflecteren. Reflecteren is immers iets wat studenten moeten leren en dat kan je niet vaak en speels genoeg doen. Zo ontwikkel je je als professional. Sowieso mogen de praktijkopleiders het materiaal dat ik ze aanreik tijdens de train-de-trainer gebruiken tijdens de trainingen die ze zelf aan werkbegeleiders gaan geven. ”

Wat staat er tijdens de derde training op het programma?

“Onder meer hoe je kunt omgaan met weerstand. Bij jezelf, bij werkbegeleiders en bij studenten. En ook: hoe je juist de motivatie bij jezelf en anderen kunt aanspreken. Verder zullen we ingaan op hoe je kunt bijdragen aan het ontstaan van een feedbackcultuur binnen de organisatie, hoe je feedback geeft en ontvangt.”

Hoe kijk je terug op de eerste trainingen?

“Met een positief gevoel. Ik merk dat mensen weliswaar nog wat zoekende zijn binnen dit project, maar ook dat praktijkopleiders van verschillende organisaties elkaar nu weten te vinden.”

Wat hoop je dat dit project zal opleveren?

“Betere zorg voor cliënten, vooral gericht op hun kwaliteit van leven. Verder: een leukere opleiding, die beter aansluit bij de behoeften van studenten. En goede begeleiding voor de studenten, natuurlijk! Tot slot hoop ik van harte dat de mensen die nu voor deze opleiding hebben gekozen in de zorg blijven werken.”

Over Nicolien van Halem
Verpleegkundige Nicolien van Halem werkte jarenlang in de zorg (ouderenzorg, psychiatrie, ziekenhuis) en in het mbo-onderwijs en particulier onderwijs voor zorg en welzijn. Daarna was ze elf jaar lang werkzaam als lerarenopleider. Tegenwoordig heeft ze haar eigen bureau: ze schrijft en ontwikkelt voor het mbo- en hbo-onderwijs (toetsing, boeken en e-learning). Ze is onder meer medeauteur van De werkbegeleider in zorg en welzijn. Coaching, toetsing en beoordeling van studenten en collega’s (Springer Media, 2016).

Kennismaken en kennis delen
Jessica van der Geld, praktijkopleider bij ActiVite, is enthousiast over de train-de-trainersessies. Waarin schuilt voor haar de meerwaarde?

‘Wat zo mooi is aan de bijeenkomsten met Nicolien, is dat praktijkopleiders en docenten van de verschillende organisaties en locaties elkaar beter leren kennen én hun ervaringen kunnen delen. Zo ontstaat er meer eenduidigheid. De neuzen staan steeds meer dezelfde kant op, wat betreft de ondersteuning van de werkbegeleiders. Nicolien geeft ons gelukkig alle ruimte om met elkaar te sparren. Daarnaast frist ze onze kennis op – ze vertelde bijvoorbeeld hoe je ook alweer goede leervragen formuleert – en geeft ze bruikbare tips en nieuwe tools. Zo was ik blij met de verschillende intervisiemethodieken die ze aanreikte. Die wil ik zeker zelf ook eens toepassen.’

Op één lijn
Ada Hoogendoorn is docent verpleegkunde bij mboRijnland en een van de studieloopbaanbegeleiders van de eerste groep mbo’ers die in september 2018 startte met Waarde-vol Onderwijs. Hoe kijkt ze terug op de train-de-trainer?

“Wat ik heel fijn vind, is dat we deze sessies samen met het werkveld volgen. Er is veel gelegenheid om met elkaar te praten, in groepjes, over hoe we het vernieuwingstraject vormgeven. Bijvoorbeeld over welke begeleidingstools en -methodieken we willen inzetten. De onderwerpen die Nicolien aan de orde stelt, zoals feedback geven en omgaan met weerstand, zijn heel relevant in deze fase van het project. Het is goed om van gedachten te wisselen hierover. Onderwijs en praktijk komen daardoor meer op een lijn te zitten, we varen steeds meer dezelfde koers.”

Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst)
Beeld: Nicolien van Halem & Pixabay


Geplaatst op: 1 maart 2019
Laatst gewijzigd op: 1 maart 2019