Onderzoek ‘Van regels naar relaties’

Sinds maart 2017 doet Annemarie de Brabander bij Topaz (locatie Munnekeweij) onderzoek naar de beweging ‘Van regels naar relaties’. Hoe kunnen de inzichten uit haar onderzoek vertaald worden naar Waarde-vol Onderwijs®?

Hoe ben je betrokken geraakt bij de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg, van regels naar relaties (RVV)?

“Ik werkte al langer als fysiotherapeut bij Topaz. Daarnaast deed ik een master Evidence Based Practice. Toen ik deze had afgerond, ben ik gevraagd om binnen Topaz onderzoek te gaan doen naar RVV. De locatie Munnekeweij was als eerste van start gegaan met RVV, dus was het logisch om het onderzoek daar te starten. Inmiddels zijn echter ook andere Topaz-locaties aangehaakt bij deze beweging, dus die volg ik met mijn onderzoek ook.”

Wat onderzoek je?

“Het doel van de beweging RVV is voor Topaz: iemand echt zien. Dus: telkens tot je laten doordringen wat iemand wil en/of nodig heeft op het moment. En daarbij aansluiten. Mijn hoofdonderzoeksvraag luidt dan ook: wat gebeurt er als we de zorg en ondersteuning, in de meest brede zin van het woord, zó aanbieden en organiseren dat deze aansluiten bij wat ertoe doet voor de mensen om wie het gaat, te weten: bewoners, familie, medewerkers en vrijwilligers? De deelthema’s waarop ik focus binnen mijn onderzoek zijn: bewoners beter leren kennen, zorg inrichten naar wensen en behoeften, contact tussen familie en medewerkers en contact tussen vrijwilligers en medewerkers.”

Hoe onderzoek je dit? Welke methoden hanteer je?

“Ik doe actieonderzoek. Dit betekent dat het onderzoek dynamisch is opgezet en zich kan aanpassen aan wat er nodig is. Ik gebruik verschillende kwalitatieve en kwantitatieve methoden, zoals observaties, interviews, vragenlijsten, informatie- en gespreksbijeenkomsten. Hoe dat werkt? Een voorbeeld uit de praktijk ter verduidelijking. Ieder jaar voeren we een tevredenheidsonderzoek uit, met behulp van vragenlijsten. Hieruit bleek bijvoorbeeld dat bewoners op het gebied van voeding verbetermogelijkheden zagen. Vervolgens is er een bijeenkomst belegd voor bewoners, hun naasten, gastvrouwen, koks. Daar kwam uit naar voren dat bewoners het liefst per dag willen beslissen wat ze eten. Ze moesten echter altijd twee weken van tevoren hun menu doorgeven. Dit is toen aangepast; tegenwoordig kunnen ze per dag uit een aantal gerechten kiezen. Uit het onderzoek kwam verder naar voren dat bewoners sommige maaltijden lekkerder vonden dan andere. Een kok, een teambegeleider en ik hebben toen interviews gehouden met bewoners om meer te weten te komen over wat zij van het eten vonden. Bij het uitzetten van de vragenlijsten hadden we echter nog niet bedacht dat we dit ook wilden onderzoeken.”

Zo’n vervolgvraag dient zich als vanzelf aan?

“Als je tussentijdse onderzoeksresultaten deelt met de belanghebbenden – ‘Ik heb dit en dat gevonden, herkennen jullie dat?’ – kan dat zeker gebeuren, ja. Betrokkenen geven dan vaak aan wat ze nog meer willen weten. En soms ook waar ze zélf mee aan de slag willen gaan. Zo wilden medewerkers de bewoners nog beter leren kennen en wilden ze meer weten waar bewoners gelukkig van worden. Dat wilden ze graag achterhalen om beter te kunnen aansluiten op de wensen en behoeften. Medewerkers zijn toen met de bewoners in gesprek gegaan. Leidende vraag was: ‘Waar wordt u blij van? Waar geniet u van?’ Daar kwamen heel verschillende dingen uit. Zo gaf een bewoner aan dat ze graag vaker achter de naaimachine zou willen werken. Omdat haar motoriek was achteruitgegaan, had ze echter hulp nodig om de draad door het oog van de naald te rijgen. Ze durfde daar niet om te vragen, omdat ze dacht dat medewerkers het vaak te druk hebben. Maar nu medewerkers weten dat dit haar gelukkig maakt, hebben ze er meer aandacht voor. De onderzoeksresultaten dragen er zo aan bij dat de praktijk verbetert.”

Doe je jouw onderzoek alleen of krijg je ondersteuning?

“Ik krijg advies van Wilco Achterberg, hoogleraar institutionele zorg en ouderengeneeskunde. En Topaz is aangesloten bij het Universitair Netwerk voor de Care-sector Zuid-Holland. Doel van deze Academische Werkplaats, een samenwerkingsverband van het LUMC en de ouderenzorgorganisaties in Zuid-Holland, is om samen de ouderenzorg in verpleeg- en verzorgingshuizen te verbeteren. Onderzoekers uit het netwerk kunnen met hun vragen bij elkaar terecht. Daarnaast hebben we een paar keer per jaar onderzoeksoverleg binnen de beweging RVV. Dan tref ik andere RVV-onderzoekers, zodat we kennis kunnen delen en ervaringen uitwisselen.”

Wat zijn de belangrijkste bevindingen tot nu toe?

“Voor echte conclusies is het te vroeg – het onderzoek loopt tot 1 februari 2020, wellicht met nog een uitloop. Je ziet vanaf het begin van het onderzoek dat bewoners erg tevreden zijn over het wonen in Topaz Munnekeweij. Wel geven ze verbeterpunten aan, bijvoorbeeld rondom het eten, en individuele wensen. Zo gaf een bewoner bijvoorbeeld aan dat het mooi zou zijn als er op Munnekeweij een jacuzzi zou komen – en deze is er daadwerkelijk gekomen.
Wat familie en vrienden betreft: het is duidelijk geworden dat zij meer contact willen met medewerkers om te horen hoe het met hun naaste gaat en dat ze de medewerkers graag willen leren kennen. Nu medewerkers dit weten, maken ze bewuster contact, vragen ze hoe familie het contact zou willen en organiseren ze bijvoorbeeld familieavonden.
Medewerkers hebben gemerkt dat ze zelf meer plezier ervaren in hun werk als ze de bewoner beter kennen en het lukt om geluksmomenten te creëren voor een bewoner. Als een bewoner blij is, maakt dat hun werk leuker. Vrijwilligers willen nog wat meer betrokken worden bij de medewerkers als dat nodig is voor hun vrijwilligerswerk. En ze zouden graag meer willen weten over bewoners. Waar voorheen werd gezegd dat het niet kon vanwege de privacy, is er nu een begin gemaakt om tot oplossingen te komen over hoe informatie wél kan worden gedeeld met de vrijwilligers, zodat ze beter kunnen zorgen voor onze bewoners.”

Hoe kunnen de inzichten uit jouw onderzoek vertaald worden naar Waarde-vol Onderwijs?

“Het lijkt me essentieel dat studenten leren om het welbevinden van bewoners voorop te stellen. Ze moeten weten hoe ze kunnen afstemmen op hun behoeften. Verder hebben wij in dit onderzoek gezien dat het medewerkers beter lukt om de zorgkwaliteit te verbeteren als ze de tijd en ruimte hebben om te reflecteren op zichzelf, bewoners, de afdeling. Dus ik denk dat het belangrijk is dat studenten goed leren reflecteren en dat ze weten hoe ze feedback kunnen geven en ontvangen. Ook is het belangrijk dat zij kunnen samenwerken met professionals van verschillende achtergronden en opleidingsniveaus, zoals EVV’ers, gastvrouwen, verzorgenden en natuurlijk ook naasten en vrijwilligers. Verder lijkt het me goed dat ze leren hoe ze zelf de regie kunnen pakken. Eigenaarschap is cruciaal, zo hebben we gezien. Dus niet afwachten, maar zelf aan de slag gaan met de verbetermogelijkheden die je signaleert. In dit onderzoek merken we steeds opnieuw hoeveel het oplevert als je ‘de energie van de medewerker volgt’. Daarnaast is het natuurlijk ook belangrijk dat studenten hulp leren vragen als dat nodig is.”

In hoeverre zie je de gewenste competenties al terug bij de studenten Waarde-vol Onderwijs?

“Wat me vooral opvalt, is dat zij vanaf het begin al heel goed aansluiten bij de visie achter RVV. Ze zijn echt gespitst op het welzijn van de bewoners. Dat is heel mooi.
In mijn onderzoek ga ik uit van niveaus van verandering. Niveau 1 gaat over veranderingen in de manier van praten en denken over de thema’s. Niveau 2 gaat over veranderingen in de activiteiten en manieren van handelen in de praktijk. Er worden dan alternatieven voor de huidige manieren van werken ontwikkeld, maar ook barrières om het anders te doen komen in beeld. Niveau 3 gaat over hoe je belemmeringen wegwerkt en komt tot structurele verbeteringen.
We zien dat de nieuwe studenten eigenlijk al instromen op niveau 1. Het bewustzijn dat het nodig is om in de ouderenzorg op een andere manier te gaan werken, hebben ze allemaal. Dit helpt zeker om positieve veranderingen te bewerkstellingen op een afdeling.”

Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst)


Geplaatst op: 15 maart 2019
Laatst gewijzigd op: 15 maart 2019