Werken met het Leefplezierplan

Geplaatst op 27 januari 2020

Wat gebeurt er in de ouderenzorg als je de verlangens van bewoners als uitgangspunt neemt? Leyden Academy verkende dit in het pilotproject Leefplezierplan voor de zorg. Zorgorganisaties ActiVite en Topaz deden eraan mee en zijn ook betrokken bij een vervolgproject.

Een paar jaar terug merkten ze bij zorgorganisatie ActiVite dat de wensen van bewoners aan het veranderen waren. “Mensen gaan sinds een aantal jaar pas in het verpleeghuis wonen als het thuis echt niet meer gaat. Voor onze bewoners, veelal mensen in de laatste fase van hun leven, is positief welbevinden het belangrijkst”, zegt manager intramurale dienstverlening Alice van Leur. ActiVite wil met de zorg en begeleiding aansluiten bij wat het leven de moeite waard maakt voor de bewoners. “De Leyden Academy on Vitality and Ageing heeft een instrument ontwikkeld om het welbevinden van bewoners meer centraal te stellen: het Leefplezierplan. In nauwe samenwerking met de Leyden Academy zijn we de pilot Leefplezierplan gestart in 2017.”

Pilot
In de tweejarige pilot Leefplezierplan voor de zorg onderzocht Leyden Academy, met ondersteuning van het Ministerie van VWS, wat er gebeurt met de kwaliteit van zorg als je daadwerkelijk de wensen en verlangens van individuele ouderen centraal stelt en als maatstaf neemt voor kwaliteit. Op haar website schrijft Leyden Academy “dat binnen de Nederlandse verpleeghuizen diverse normen en protocollen gelden, die vooral ontwikkeld zijn om de veiligheid van bewoners te waarborgen en te voorzien in hun medische behoeften”. Echter: “voor kwetsbare mensen in de laatste fase van hun leven is positief welbevinden minstens zo belangrijk als het voorkomen van narigheid en ongelukken”.
In de pilot is gekeken hoe het welbevinden van bewoners vergroot kan worden. Elf zorgorganisaties deden eraan mee, waaronder ActiVite (locatie Hof van Alkemade) en Topaz (locatie Zuydtwijck, afdeling Engelendael).

Doodle-bord
Tegemoetkomen aan persoonlijke wensen en verlangens vraagt allereerst dat medewerkers individuele bewoners beter leren kennen, zodat zij vervolgens beter op gewoontes, wensen en verlangens kunnen afstemmen. Een manier om dit te bewerkstelligen, is de methode ‘Doodle-Me’. Hierbij gaat een medewerker een aantal keer intensief en open in gesprek met een bewoner om erachter te komen wat er echt toe doet voor deze bewoner. Op basis van deze informatie maakt de medewerker een soort mind map van zaken die in het hier en nu belangrijk zijn. Die wordt vervolgens vertaald in een creatief ‘Doodle-bord’: een (ingelijst) vel papier, met daarop allemaal afbeeldingen, foto’s en teksten die iets zeggen over wat van waarde is voor de bewoner.
Bij zowel Topaz als ActiVite heeft een kwart van de verzorgenden IG en verpleegkundigen van de pilotlocatie meegedaan met de training Doodle-Me (die bestond uit vijf bijeenkomsten). Die medewerkers hebben hun kennis vervolgens overgedragen aan hun collega’s. “Ik geef scholingen op andere Topaz-locaties”, vertelt Ilse Haasnoot, verzorgende bij Zuydtwijck. “En ook op andere momenten, bijvoorbeeld tijdens het Inspiratiefestival, vragen we aandacht voor leefplezier. Zo ontstaat er langzamerhand een olievlekwerking binnen de organisatie.”

Laagje dieper
Alice vertelt dat sommige medewerkers aanvankelijk wat sceptisch waren over de Doodle-Me-methodiek. “Zij hadden het idee dat ze de bewoners al best goed kenden en vroegen zich af wat dit ‘extra’ zou brengen. Inmiddels zijn ze echter super enthousiast! Ze hebben gemerkt dat, door de methodiek, de bewoner zich meer erkend en gewaardeerd voelt. Een voorbeeld: bij de intake van een nieuwe bewoner vroegen we voorheen altijd of iemand kinderen had. Bij de Doodle-Me-aanpak vragen we echter ook naar hoe de band met de kinderen is. Je informeert niet alleen naar de feiten, maar ook naar de beleving. Hierdoor leer je bewoners beter kennen en ontstaat een meer gelijkwaardige relatie.” Voor de medewerkers vergroot dit het werkplezier.
Het Doodle-bord valt ook in de smaak bij naasten van bewoners. “Het biedt nieuwe aanknopingspunten voor een gesprek”, zegt Alice. “En laatst heeft een familie het zelfs gebruikt bij de uitvaart van een bewoner.”

Studenten
Ook studenten RVWO gaan bij ActiVite aan de slag met het leefplezier. “In hun opleiding is de focus niet alleen op zorg, maar is er veel aandacht voor het welbevinden van bewoners. Met de Doodle-Me-methode leren de studenten de verlangens van bewoners beter kennen, zodat ze hier beter op kunnen aansluiten. De aanpak past dus goed bij RVWO”, aldus Alice. Zij heeft van haar collega’s vernomen dat RVWO-studenten het mooi en verdiepend vinden om met deze methodiek te werken. “Wel hoor ik soms ook terug dat het lastig kan zijn om de tijd te vinden om echt een aantal keer uitgebreid met een bewoner in gesprek te gaan.”
Bij Topaz hebben de RVWO-studenten nog niet zelf ervaring opgedaan met de Doodle-Me-aanpak. “Maar dat gaat veranderen vanaf maart 2020. Dan krijgen we namelijk voor het eerst RVWO-studenten op afdeling Engelendael”, aldus Ilse.

Behoeften en verlangens
Op basis van de gesprekken die met een bewoner zijn gevoerd voor het Doodle-bord, wordt ook een inventarisatie gemaakt, die de basis vormt voor het Leefplezierplan. Bij ActiVite is een start gemaakt met de integratie van het Leefplezierplan in het Elektronisch Cliënten Dossier (ECD). “In het Zorgleefplan stond vooral feitelijke informatie over de zorgbehoeften van bewoners en hoe medewerkers ervoor kunnen zorgen dat bewoners zo goed en gezond mogelijk kunnen functioneren. In het Leefplezierplan staat dit nog steeds, maar daarnaast hebben we ook verhalende informatie opgenomen over de verlangens van bewoners”, vertelt Alice. “Wat vinden bewoners de moeite waard? Wie en wat zijn voor hen belangrijk en van waarde? Verder omschrijven we in een Leefplezierplan hoe medewerkers een bijdrage kunnen leveren aan het leefplezier van de bewoner.” Bij Zuydtwijck vervangt het Leefplezierplan (nog) niet het Zorgleefplan, omdat dit nog niet mogelijk is in het digitale systeem. “Binnen wat er wél mogelijk is, proberen we echter wel de uitgangspunten van het Leefplezierplan te laten terugkomen in het ECD”, zegt Ineke Westerik, teamleider bij Zuydtwijck.

De uitvoering
Om te leren hoe je een Leefplezierplan maakt, volgden medewerkers drie Leefplezierplansessies. Zij oefenden hierin met het invullen van verschillende onderdelen van het Leefplezierplan en leerden hoe ze kunnen omgaan met ervaringen die betekenisvol zijn voor het leven van een bewoner.
Vervolgens gingen ze aan de slag met het uitvoeren van het Leefplezierplan. “Dat deden ze met veel plezier! Ze merkten dat het vaak ‘de kleine dingen zijn die het doen’. Bijvoorbeeld samen een kopje koffie drinken, foto’s kijken”, geeft Alice als voorbeeld. “Of organiseren dat een dochter op bezoek komt. Of dat een bewoner wekelijks naar zijn oude kaartclub in het dorp kan gaan.”

Dilemma’s
Ook bij Zuydtwijck zijn ze aan de slag gegaan met het inspelen op verlangens van bewoners. “We willen steeds meer de omslag van regels naar relaties maken”, vertelt Ineke. “Dus niet klakkeloos uitgaan van het normatieve kader – wat heeft iemand nodig? – maar juist ook van het narratieve kader: wat vindt iemand prettig? Dat levert soms dilemma’s op, vooral rondom veiligheid. Veel regelgeving in de zorg is immers bedoeld om onveilige situaties te voorkomen. Maar soms kan veiligheid ten koste gaan van het leefplezier.” Ilse geeft een voorbeeld. “Een van onze bewoners heeft een grote passie voor bowlen. Maar hij loopt met een rollator. Het leek niet verstandig om met hem naar de bowlingbaan te gaan, waar je immers gladde schoentjes aan moet, de vloer ook glad is en je bovendien met zware bowlingballen moet sjouwen. Maar we hebben het toch gedaan. Samen met een andere bewoner en enkele medewerkers zijn we naar de bowlingbaan gegaan. Aan de arm van een medewerker gooide meneer de ene strike na de andere. Hij had een geweldig leuke middag!”
Het is belangrijk om dit soort dilemma’s steeds goed te bespreken met elkaar, de familie en/of deskundigen als artsen en psychologen. “Samen kom je er dan meestal wel uit”, aldus Ineke.

Uitkomsten pilot
De proef met het Leefplezierplan in de zorg duurde van 2017 tot en met 2019. Wat leverde deze pilot op? In elk geval een “handzaam model dat bruikbaar is als minimale standaard voor alle gegevens die nodig zijn om bewoners van het verpleeghuis goede zorg te bieden”, zo stelt Leyden Academy op haar website. Verder blijkt dat 87 procent van de deelnemers na afloop van het project zegt bewoners (veel) beter te kennen. Ook is een ruime meerderheid meer bezig met het bevorderen van leefplezier en het vastleggen daarvan, dan voorheen. Aandacht voor en bespreking van dilemma’s en ervaringen, is bij de meeste teams onderdeel geworden van het eigen kwaliteitsbeleid. Bovendien blijkt dat medewerkers die ruimte ervaren om bij te dragen aan het leefplezier van bewoners zelf ook meer werkplezier ervaren. “Ik vind het dan ook een prachtig initiatief”, zegt Alice, terugblikkend. “Zeker in de laatste fase van het leven draait het erom dat je het welbevinden van mensen vergroot. Deze aanpak helpt daar echt bij.”

Vervolgproject rondom ervaringen
De succesvolle pilot heeft een vervolg gekregen, in de vorm van vijf projecten. Bij een ervan, Ervaringen in de praktijk, zijn Topaz en ActiVite opnieuw betrokken. “In dit project zal nog beter gekeken hoe de medewerkers de ervaringen kunnen delen. Welke mooie momenten en dilemma’s komen medewerkers tegen als ze werken aan leefplezier? Hoe gaan ze ermee om en hoe delen ze die met elkaar?”, vertelt Alice.
“Binnen de afdeling Engelendael zijn we het afgelopen half jaar al druk aan de slag gegaan met het delen van ervaringen”, vertelt Ineke. “Om te beginnen met elkaar. Zo proberen we bij een dagelijks evaluatiemoment te verwoorden wat we mooi of moeilijk vonden.” “Daarnaast zijn we steeds meer ervaringen gaan delen met naasten van bewoners”, vertelt Ilse. “We hebben een workshop fotografie gedaan en hangen nu foto’s op de afdeling, maken fotoboekjes, delen soms iets via social media of Familienet. Zo kunnen naasten zien hoe een bewoner het bij ons heeft.”
Het uiteindelijke doel van het vervolgproject is te ontdekken hoe organisaties in hun kwaliteitsdenken ruimte kunnen maken voor de ervaringen van zorgverleners, bewoners en belangrijke anderen. “Het gaat er verder ook om hoe je meetbaar en zichtbaar maakt wat het Leefplezierplan oplevert”, zegt Ineke. “We zijn gewend om te werken met protocollen en normen. Zorgkantoren willen graag cijfers zien. Maar leefplezier laat zich lastig uitdrukken in getallen. De komende periode zal Leyden Academy verder onderzoeken hoe je op basis van ervaringen ook kunt verantwoorden dat je goede zorg levert. Daar leveren wij graag een bijdrage aan.”

Tekst: Femke van den Berg. Filmpjes: Topaz.

OVER HET CONCEPT
Het concept ‘Leefplezier’ is ontwikkeld door Egbert Bosma en Leontien Giezen.


De beide bedenkers zetten zich er met hart en ziel voor in om hun aanpak te verspreiden. Zij ontwikkelden hiertoe verschillende tools, zoals de Hartenroos, Leefplezierboom en het Leefplezierplan. Om hun gedachtegoed verder te verspreiden, richtten zij een ambassadeursnetwerk op, ontwikkelden ze (scholings)materialen en ontwierpen ze de website: www.leefplezier.nl.
Joris Slaets, voormalig directeur van Leyden Academy, zag mogelijkheden om dit op te pakken en er wetenschappelijk onderzoek aan te verbinden.
(Meer informatie over de grondleggers van  het concept leefplezier: https://www.radicalevernieuwing.nl/actueel/expeditie-leefplezier/).

VIDEOREEKS OVER LIEFDEVOLLE ZORG
Als uitvloeisel van het project Leefplezierplan in de zorg heeft Leyden Academy een gratis videoreeks Liefdevolle zorg in de praktijk beschikbaar gesteld.

Deze bestaat uit negentien korte films die elk een herkenbare praktijksituatie in beeld brengen. De volgende thema’s komen aan bod: leren kennen van de bewoner, bijdragen aan leefplezier, delen van ervaringen, omgaan met dilemma’s. De reeks, die werd opgenomen bij vier zorgorganisaties (waaronder Topaz), is bedoeld voor medewerkers zorg en welzijn, ter inspiratie en om met elkaar in gesprek te gaan over goede zorg. Maar ook opleiders in de (ouderen)zorg kunnen de complete reeks gebruiken of losse filmpjes inbedden in bestaande trainingen en onderwijsprogramma’s. De films kunnen bovendien goed worden toegepast binnen onderwijsinstellingen.

Download artikel als PDF

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemende organisaties

Platform deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.