‘We moeten van intentie naar doen’

Geplaatst op 16 maart 2020

Verandering is een kwestie van geduld, weet Marco van Hoek, bestuurder van Riederborgh in Ridderkerk. Toen hij aantrad, trof hij een organisatie waar in zijn ogen nog het nodige moest gebeuren. De boel in beweging krijgen zag en ziet hij als zijn eerste doel, ‘aandacht geven’ lijkt daarbij zijn leidmotief – aandacht voor de bewoners en de medewerkers; én aandacht voor het behoud van de christelijke identiteit die Riederborgh zoveel brengt. Langzaam worden de contouren van de vernieuwing zichtbaar. “We zijn rustig aan het bouwen.”

Het beste voor de bewoners

Marco van Hoek is sinds oktober 2018 bestuurder van Riederborgh. Misschien een gekke vraag, maar hoe word je dat eigenlijk, bestuurder? “In mijn geval door te zeggen dat je dat wil. Ik had de overtuiging dat ik het kon. Ik ben een beetje van het Pippi-Langkous-principe: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan. Ik houd ervan om gewoon ergens in te stappen. Ik had vijf jaar als directeur bedrijfsvoering in de ouderenzorg gewerkt en dus managementervaring. En mijn moeder heeft vijf jaar in een verpleeghuis gewoond; ‘op kamers’, zou ze zelf gezegd hebben. Ik vertrouwde er in ieder geval op dat ik genoeg kennis had van de zorginhoud om ook daarmee aan de slag te gaan. Wat verder meespeelde, is dat ik een enorme drive heb om iets voor de ouderenzorg te betekenen. Ik heb nu dus de allermooiste baan die er is; en ik wil het beste eruit halen voor de bewoners.”

Aandacht voor de mensen waar we verantwoordelijk voor zijn

Marco heeft een duidelijk beeld van wat ‘het beste’ is wat je de bewoners kunt bieden. De zorg moet professioneel en van goede kwaliteit zijn. Maar er is meer dan dat. “De kern is voor mij ‘aandacht geven’. Daar moet de focus op liggen: hebben we aandacht voor de mensen waar we verantwoordelijk voor zijn? Zie je ze staan, heb je oprechte interesse in wat ze willen en nodig hebben, en neem je ook de tijd voor ze? Dat doe je mét elkaar. Ik kan heel formeel zeggen: de medewerkers zijn van de zorg, daarvoor moet je niet bij mij zijn. Maar zo werkt het niet. Als iedereen aandacht geeft, wordt het voor de bewoners een stuk prettiger. Ik maak ook een praatje, neem mensen mee naar hun huiskamer. Omdat ik vind dat dat zo hoort en denk dat het zo ook het beste werkt. Aandacht voor de bewoners geeft rust, en dat betekent dat zaken niet escaleren. De kostbare tijd die je daaraan kwijt bent, kun je beter positief besteden.”

De deur open

Op één na bestaan alle PG-afdelingen van Riederborgh inmiddels uit open gangen met daaraan vrij toegankelijke huiskamers. Uiteindelijk gaat de hele PG-afdeling ‘open’, zodat de bewoners meer bewegingsvrijheid hebben. “Op de oude PG zag ik te weinig activiteiten. Dat vind ik gewoon niet oké. Alles wat je voor de bewoners kunt doen, moet je doen, dus ook de deuren openen. Dat volgt ook uit de nieuwe Wet zorg en dwang, dat je beweegruimte geeft. Niet iedereen vond dat in eerste instantie prettig. ‘Ja maar, dan gaan onze mensen weg’, hoorde je wel als bezwaar. Maar dat is juist goed! Mensen moeten kunnen dwalen als ze daar behoefte aan hebben. Dat is prettiger voor ze, en anders ontstaat er alleen maar onrust. En er gebeurt echt niks als ze een andere huiskamer ingaan, je moet ze hooguit weer terug naar ‘huis’ brengen. Op de open gangen is veel meer reuring en dat vinden de bewoners en familie fijn.”

Rust en reflectie

De zorg is de laatste jaren complexer en daardoor zwaarder geworden. Het vraagt nogal wat van zorgmedewerkers om altijd maar bezig te zijn met wat de bewoner nodig heeft. Marco realiseert zich dat terdege. “In een groep van acht mensen met dementie zit iedereen in een andere fase, en de mensen gaan van fase naar fase. De mix en dynamiek wisselt voortdurend. Als medewerker moet je een soort detective zijn om de situatie te beoordelen. Constant analyseren, wat is er gaande, wat gaat er goed, wat heeft de bewoner nú nodig? Want wat vandaag goed is, is dat morgen misschien niet. Daar moet je als medewerker voldoende rust voor hebben. Al is het maar één keer per maand een half uur stilstaan. Alle stekkers eruit. Met elkaar, het hele team, kijken hoe het gaat, wat er nodig is, reflectie. Als dat lukt, is mijn overtuiging, gaat het heel veel geven. Dat is goed voor de collega’s, en daardoor beter voor de bewoners.”

‘Met het mentoraat willen we de veiligheid bieden om in alle rust in het vak te groeien.’

Conny Schoon werd opgeleid tot verpleegkundige, viert in april 2020 haar tweede lustrum bij Riederborgh en is nu vijf jaar Opleidings-coördinator. Zij praat met enthousiasme over de verandering die Riederborgh doormaakt. Meer dan voorheen, geeft Riederborgh aandacht aan de mensen binnen de organisatie en de manier waarop zij hun werk doen, en opleiden en ontwikkelen spelen daar een prominente rol in.

Lees het interview met Conny Schoon in het hoofdstuk over vernieuwer Riederborgh in Zicht op vernieuwing 3 (pagina 40-41).

Aandacht voor onze eigen mensen

“Toen ik hier begon, kreeg ik het gevoel dat ook de organisatie in haar geheel te weinig aandacht had gekregen. Onder mijn voorganger, die hier als interim-bestuurder had gewerkt, was daar al wat verandering in gekomen, maar ik voelde nog weinig beweging. Sommige mensen waren niet gewend om zich uit te spreken, om zichzelf te laten zien, hun positie in te nemen. Ik wilde er graag beweging in krijgen om juist die aandachtige zorg te versterken. Ik zie hier om me heen heel veel mensen met een warm hart voor de bewoners, dus ik heb er alle vertrouwen in dat dat lukt.” Een belangrijke voorwaarde om een organisatie weer in beweging krijgen, is echter dat de mensen die die organisatie vormen zélf willen bewegen. Marco: “Veel van onze mensen zijn druk met de dagelijkse zorgdingen; alles wat er extra omheen bedacht of georganiseerd moet worden is dan snel te veel. Ik ben erg van ‘slow management’. Kijken naar de mensen, naar de context, waar ze vandaan komen. Ik wil er alles aan doen om beweging in de organisatie te krijgen, vooral ook met aandacht voor onze eigen mensen. Maar wel in het juiste tempo. We zijn dus rustig aan het bouwen.”

“Ik wil er alles aan doen om beweging in de organisatie te krijgen, vooral ook met aandacht voor onze eigen mensen.”

Werken aan leiderschap Naar aanleiding van een constatering van de IGJ dat het methodisch werken beter kon, vroeg Riederborgh via Waardigheid en Trots ondersteuning van een externe coach. “Daarvoor is ook een scan van de organisatie gemaakt”, vertelt Marco. “Die liet zien dat we moeten werken aan leiderschap. Als je het aan mij vraagt, is iedereen een leider; ook als je in de keuken werkt, geef je leiding aan je collega’s. En zeker de managers, dat zijn de boegbeelden van hun afdelingen. Maar nieuwe inzichten en initiatieven moeten van iedereen binnen de organisatie kunnen komen. Dat zijn we hier niet zo gewend. Het was ook niet gebruikelijk om opleidingen en trainingen aan te bieden op het gebied van coaching of leidinggeven. Daar werken we dus aan.”

Verborgen kracht benutten

Intussen probeert Marco zelf het goede voorbeeld te geven, in het volste vertrouwen dat anderen dan volgen. “Ik loop veel rond om collega’s te bevragen en te stimuleren. Dat is anders dan ze gewend waren. Onlangs deed ik mee aan een training omgaan met agressie. Dan gaat het over leren en reflecteren, en blijkt dat eigenlijk niet te gebeuren. Moeten we gaan doen, zeg ik dan. Misschien kunnen we om te beginnen mooie voorbeelden delen. Er zit veel verborgen kracht in Riederborgh, de opdracht is die zichtbaar te maken en te benutten. Als je dan vraagt wie daarover mee wil denken, is er altijd wel iemand. Ik vind dat als we denken dat iets beter kan, we dat ook gewoon moeten doen. Nu, niet wachten tot morgen. Gewoon doen. Dát gaat dingen in beweging zetten. We moeten van intentie naar doen.”

Gelijkmatig toe naar zelforganisatie

Onlangs ging de OR akkoord met voorstellen om ook de personele bezetting aan te passen. “Onze managers en teamleiders zijn verantwoordelijk voor te veel medewerkers”, vertelt Marco. “Daardoor kunnen ze onvoldoende aandacht geven aan de mensen die met de bewoners bezig zijn. Dat is een weeffout in de structuur. Er komen teamleiders bij; verpleegkundigen met leidinggevende kwaliteiten. En heel gelijkmatig willen we steeds meer naar zelforganisatie toe. Daar zullen we als management de randvoorwaarden voor moeten creëren. Mensen moeten goed in positie zijn, kunnen leren en groeien in professionaliteit. Omdat dat altijd ten goede komt aan de bewoners. Aandacht voor de bewoners is aandacht voor de collega’s. De manier waarop je mensen ondersteunt en stimuleert, kan heel verschillend zijn. Voor de een is het meer coachen en een spiegel voorhouden. Voor de ander is het een cursus of opleiding. Daarom gaat het opleidingsbudget omhoog en creëren we ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. En we zijn vorig jaar begonnen met ons mentoraat voor net-afgestudeerden.”

Lees verder onder de foto

Kerk is zeer waardevol

“Ik denk dat het altijd beter kan, maar er gaat natuurlijk ook heel veel goed”, constateert Marco. “Waar ik bijvoorbeeld erg blij mee ben, is dat we de schoonmaak nog in eigen huis hebben. Veel andere zorgorganisaties hebben daar afscheid van genomen. Het zijn zulke goede mensen – die voelen zich ook een beetje familie, kennen de bewoners, maken een praatje. En we hebben ongeveer 250 vrijwilligers die zich voor ons huis inzetten. Dat is het voordeel van onze christelijke identiteit. We zijn opgericht door acht christelijke kerken hier in Ridderkerk. Vertegenwoordigers daarvan zitten in onze Raad van Participanten. Dat geeft een mooie basis en legitimiteit. Ik ben de banden met die kerken aan het versterken. Onze medewerkers komen er deels vandaan, onze bewoners, vrijwilligers. De kerk is zeer waardevol.”

Aandacht aan onze identiteit

“Een van mijn opdrachten was meer aandacht te besteden aan onze identiteit. Toen ik hier begon, bleken we al meer dan een jaar een vacature te hebben voor een geestelijk ondersteuner. Dat kan niet waar zijn, dacht ik. Sinds februari 2019 vult Martin Ligthart die rol in. Dat zet van alles in beweging. Bij ons binnen, maar ook buiten – mensen horen het en zien dat er weer aandacht is voor de identiteit. Ook niet-kerkelijken gaan naar hem toe, je hoeft er echt geen christen voor te worden. Mensen vinden bij Martin een plek om hun levensvragen te delen. Het is fijn dat er iemand is die luistert.”

‘Ik wil veel, maar vooral ook écht aanwezig zijn.’

Een van de eerste dingen die Marco van Hoek deed bij zijn aantreden in oktober 2018, was vaart zetten achter de zoektocht naar een geestelijk ondersteuner, waarvoor al meer dan een jaar een vacature openstond. Die werd gevonden in Martin Ligthart. Sinds februari 2019 is Martin vier dagen per week beschikbaar om vorm te geven aan de geestelijke zorg – niet onbelangrijk in een huis met een protestants-christelijke identiteit

Lees het interview met Martin Lighthart in het hoofdstuk over vernieuwer Riederborgh in Zicht op vernieuwing 3 (pagina 44-45).

Dilemma’s

Riederborgh is opgericht vanuit acht Ridderkerkse kerken. Binnen het christelijk geloof zijn er echter verschillende stromingen. Van oudsher wilde daartussen nog wel eens wat wrijving heersen. Marco daarover: “Aanvankelijk was ik wel nieuwsgierig of er één geloofsgroep zou overheersen. Maar voor de bewoners zijn de verschillen nauwelijks een issue. Ze zijn in het algemeen christen of hebben een christelijke achtergrond, dat volstaat. Iedereen leeft in gelijkheid met elkaar samen. Natuurlijk lopen we door onze identiteit ook tegen dilemma’s op. Als je aangesloten bent bij een kerk, wil dat bijvoorbeeld niet zeggen dat je hier automatisch een plek kunt krijgen. We hebben wachttijden. Dat vindt niet iedereen leuk. En soms moet je het gesprek aangaan met familie. We hebben wel overal televisies hangen, maar we respecteren de zondagsrust; dat zijn de bewoners ook gewend. Wanneer vader op zondag voetbal wil kijken, omdat hij dat altijd deed, willen we dat niet in de huiskamer. Dan vragen we om dat op zijn kamer te doen. We zoeken naar harmonie, gebaseerd op protestants-christelijke waarden.”

Blij met elke aandachtige medewerker

Vasthouden aan de christelijke identiteit heeft ook consequenties voor de werving van medewerkers. Steeds minder mensen zijn actief gelovig. Marco: “Inmiddels is dertig procent bij ons niet-kerkelijk gebonden. Maar als je hier komt werken, moet je de mensen wel goed snappen. Het is organisatorisch onmogelijk niet-kerkelijke bewoners te verbinden aan niet-kerkelijke medewerkers. We bespreken dat ook: weet je wat dit voor huis is, wat de identiteit betekent? Ik denk dat we daar in de toekomst, als het aandeel niet-kerkelijk gebonden medewerkers verder toeneemt, nog meer in moeten investeren. Vroeger zouden we iemand met tatoeages niet aangenomen hebben. Nu zijn we blij met elke aandachtige medewerker met een hart voor onze bewoners.”

Riederborgh en de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg

Bij zijn aantreden was Marco enigszins verbaasd dat Riederborgh betrokken was bij de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg. Het paste niet bij zijn beeld van de organisatie die hij aantrof. Zijn verbazing heeft echter plaats gemaakt voor de overtuiging dat meegaan in de beweging een goede keuze is geweest. “Ik zie nu dat de beweging heel interessant voor ons is. Omdat daar zo sterk die positieve vernieuwing in zit die we zoeken. Samenwerken, ideeën uitwisselen, van elkaar leren, inspiratie opdoen. Dat vind ik de grote meerwaarde. Het netwerk dat je sterker maakt. De verbinding. Dat helpt bij de zoektocht naar andere vormen van werken, naar nieuwe concepten die nodig zijn om het hele zorgsysteem aan te passen. Dat is een opdracht voor ons allemaal. We kunnen niet door zoals we het nu doen, op deze weg. Vanuit die drive ben ik ook hier bestuurlijk contacten aan het leggen, aan het overleggen, zorgen dat de keten beter gaat stromen, want de zorg in Nederland zit vast. Daarvoor moeten we veel meer luisteren en openstaan voor elkaar. De ramen moeten open, samenwerken. Van andere betrokkenen bij de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg kunnen we wat dat betreft nog veel leren.

Tot nu toe hebben we nog geen grote rol gespeeld in de beweging. De vernieuwing moet bij ons nog goed op gang komen en zichtbaar worden. Voorlopig ‘halen’ we daardoor vooral, bijvoorbeeld op de Inspiratiedagen. Maar onze projectleider Casper van der Most en ik kijken ernaar uit om binnenkort ook de inzichten die we zelf gekregen hebben aan de beweging terug te kunnen ‘geven’.”

Lees het hele artikel hieronder door (vanaf pagina 36), of download het hier.

Download artikel als PDF

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemende organisaties

Platform deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.