Terugblik inspiratiebijeen­komst ‘Fieldlab Demen­tiezorg Kleinschalig Wonen’

Geplaatst op 14 oktober 2019

Op steeds meer plekken in ons land slaan zorginstellingen en opleidingsinstituten de handen ineen om nieuwe vormen van zorgonderwijs te ontwikkelen. De invulling van de onderwijsprogramma’s verschilt, maar de aanleiding is overal hetzelfde: de behoefte om onderwijs en praktijk beter op elkaar aan te laten sluiten. Ook in Noordwest-Nederland is zo’n beweging gaande. Daar werken sinds februari 2019 de zorginstellingen Warm Thuis, Reigershoeve en Woonzorggroep Samen en ROC Horizon College en ROC Kop van Noord-Holland nauw samen in een ‘Fieldlab Dementiezorg Kleinschalig Wonen’. Tijdens een ‘Inspiratiebijeenkomst’ die donderdag 19 september plaatsvond bij Woonzorggroep Samen, legden initiatiefnemers, praktijkbegeleiders, docenten, maar vooral ook leerlingen uit wat hun ‘Fieldlab’ nu precies inhoudt.

Ondergedompeld in dagelijkse praktijk

De inspiratiebijeenkomst trapte af met een welkomstwoord van Caroline Beentjes, bestuurder van Woonzorggroep Samen, gevolgd door een inleiding van Hans van Amstel, bestuurder van Warm Thuis, en Tius Zweep, onderwijsmanager van ROC Horizon College. Maar daarna was het al snel de beurt aan een aantal leerlingen om tekst en uitleg te geven. Vol enthousiasme vertelden zij hoe zij vanaf de eerste dag van hun opleiding ondergedompeld werden in de dagelijkse praktijk van de woningen waarin zij kwamen werken en leren. Hun grote inbreng in de bijeenkomst typeerde al direct het nieuwe onderwijs. Het houden van een presentatie en bijdragen aan de workshops die erop volgden, maakt deel uit van het onderwijsprogramma, dat verder gaat dan zorg alleen. Het wil leerlingen ook waardevolle 21ste-eeuwse vaardigheden meegeven, zoals kritisch en creatief denken, probleem oplossen en ict- en informatievaardigheden.

Video Mooi Werk

In hun inleiding vertelden Hans van Amstel en Tius Zweep hoe het ‘Fieldlab Dementiezorg Kleinschalig Wonen’ van de grond gekomen is. In de in april 2018 verschenen publicatie Zicht op Vernieuwing van de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg sprak Hans nog enigszins gedesillusioneerd over zijn gestrande pogingen om een nieuwe vorm van zorgonderwijs op te zetten. Op dat moment kon hij niet voorzien dat het Fieldlab nog geen jaar later van start zou gaan. Dat dat alsnog zo snel gebeurde, had alles te maken met Tius Zweep (“mijn held”, aldus Hans), die de video Mooi Werk van Warm Thuis en collega-zorginstelling Reigershoeve had gezien. De warmte van de persoonsgerichte, menselijke zorg die daaruit voelbaar was, was voor Tius aanleiding contact met Hans te zoeken.

Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg

Onder andere via het netwerk van de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg raakten Hans en Caroline Beentjes van het middelgrote Woonzorggroep Samen met elkaar in gesprek. “Wij verkenden ook al langere tijd de mogelijkheden om een andere, praktische vorm van onderwijs aan te kunnen bieden”, vertelt Caroline. “Door onze samenwerking met Warm Thuis kreeg het project de schaalgrootte die volgens Hans nodig was. Vanuit Samen hebben we ROC Kop van Noord-Holland benaderd. Dat is voor ons een belangrijke regionale samenwerkingspartner.”

Gedeelde visie op zorg

De drie zorginstellingen delen hun visie op de zorg, waarin het welbevinden van de bewoner voorop staat. Samen wil cliënten helpen de kwaliteit van leven zoveel mogelijk te behouden of zelfs te verbeteren. Voor Warm Thuis en de Reigershoeve gaat het om liefdevolle aandacht voor de bewoners, met als doel van iedere dag een fijne, betekenisvolle dag te maken. Voor alle drie staat voorop dat cliënten of bewoners en hun familieleden ‘gezien’ en begrepen moeten worden, en dat de zorgmedewerkers de middelen en ruimte moeten hebben daar iets mee te doen. “Gezond verstand is belangrijker dan regels”, in de woorden van Hans van Amstel – en zelfstandig denken en handelen vraagt om lef. Dat leer je niet in de schoolbanken; dat leer je alleen in de praktijk. De reguliere opleidingen voor Verzorgende IG zijn echter sterk theoretisch, en hebben onvoldoende raakvlakken met de praktijk van persoonsgerichte zorg. “We zagen dat er heel veel mensen zeer geschikt zijn voor de zorg, maar niet passen in het schoolsysteem”, aldus Caroline Beentjes. Terwijl de zorg te kampen heeft met een grote, alleen nog maar verder toenemende personeelskrapte.

“Werkspanning leidt tot leerspanning”

Het Fieldlab moet het gat tussen praktijk en theorie dichten. Dat blijkt ook uit de visie op het onderwijs binnen het Fieldlab. “Werkspanning leidt tot leerspanning”, zoals Tius uitlegde. Vooral in een werksituatie worden leerlingen uitgedaagd en gemotiveerd om te leren. Dat lukt het best in een omgeving waarin zij het geleerde zelf direct toe kunnen passen, in dit geval in de relatie met de bewoner. Al doende ontdekken ze welke waarde de te leren competenties hebben voor de bewoner en wat zij als verzorgende kunnen betekenen in de zorgrelatie. Leren en ontwikkelen doe je zelf, maar je kunt daarbij wel geholpen worden. De leerlingen stellen hun eigen leerdoelen, afhankelijk van hun behoeften en datgene waar ze in de praktijk tegenaan lopen. De praktijkbegeleiders van de zorginstellingen nodigen hen uit te reflecteren op wat zij doen, zodat zij zelf zien waar zij zich nog kunnen verbeteren. Coaching verbetert het leerresultaat, zeker als de ‘leermeesters’ passie en liefde voor het vak uitstralen, en het een uitdaging vinden anderen te begeleiden om diezelfde gedrevenheid te ontwikkelen. Goede zorg voor de cliënt is het doel, maar de leerling, diens mogelijkheden, persoonlijke drijfveren, speciale kwaliteiten en dromen en ambities blijven het vertrekpunt. De regie ligt bij de leerling en niet bij de school. Dit doet een beroep op de onafhankelijkheid en zelfstandigheid van de leerling, en dát past weer bij de huidige ontwikkeling bij veel zorginstellingen richting zelforganiserende teams.

Collega in Opleiding

Onder de eerste lichting leerlingen bevinden zich veel ‘zij-instromers’ die deels vanuit een geheel andere achtergrond gekozen hebben voor de zorg. De praktijkaanpak kwam voor hen als geroepen. “CiO noemen we elkaar”, begonnen de leerlingen hun presentatie tijdens de Inspiratiebijeenkomst. “Collega in Opleiding.” Maar dat de gekozen benadering van het onderwijs vooral inzet op de praktijk, wil niet zeggen dat de opleiding iedereen licht valt. “We moesten weer leren leren”, constateerde een van de leerlingen. Voor een aantal van hen was het ook wennen dat veel in het Fieldlab digitaal gedaan wordt. En niet alles is praktijk; theorievakken als anatomie, fysiologie en pathologie (AFP) en Verpleegtechnische vaardigheden, burgerschap, Nederlands en rekenen zijn net als in het reguliere onderwijs verplichte kost.

Volwaardig, landelijk erkend diploma VIG

“We gaan misschien niet naar school, maar we krijgen wel gewoon les”, volgens een van de leerlingen.  Maar de meeste lesstof wordt aangeboden in de vorm van praktijkoefeningen die zij op de werkvloer uitvoeren. Ze zijn gekoppeld aan thema’s die de ROC’s en de zorginstellingen samen bedacht hebben en aansluiten op de landelijke regelgeving. Rondom deze thema’s worden in een nauwe samenwerking van leerlingen, praktijkbegeleiders en docenten studiegidsen ontwikkeld. “Het onderwijs in het Fieldlab voldoet aan het kwaliteitsdossier. Het leidt op tot een volwaardig, landelijk erkend diploma VIG, laat daar geen misverstand over bestaan”, maakt Tius duidelijk. Caroline beaamt dat: “Het doel is niet anders, maar wel de reis, de route die de leerlingen gaan.”

De juiste mensen

Tius: “Wat heel bijzonder is, is de vorm van co-creatie en co-productie waarin het leerprogramma tot stand komt. Iedereen is erbij betrokken. De zorginstellingen voor wie het belangrijk is dat het onderwijs leidt naar een vorm van zorg die aansluit op hun visie. De studenten die hun eigen leerbehoeften uit kunnen spreken. De praktijkbegeleiders die op basis daarvan opdrachten maken en beoordelen. En de docenten die schakelen tussen een docerende en coachende rol. Je hebt daar zeker de juiste mensen voor nodig; mensen die dit willen en het kunnen, en lef en energie hebben. We hebben in het begin ook een Inspiratiebijeenkomst gehouden met praktijkbegeleiders en docenten om te bekijken bij wie dit zou passen.” Caroline vult aan: “We hebben goed in onze organisatie gepeild welke teamleiders hiervoor openstonden. Dat is nodig, want het opleiden komt ineens veel dichterbij. Onze collega’s van de afdeling Opleiding zijn gelukkig erg ervaren en zien de noodzaak van deze verandering. Er zijn ook extra ontwikkeluren vrijgemaakt om de praktijkbegeleiders zelf voor te bereiden op hun taak. Doordat we met verschillende organisaties samenwerken, kunnen we een beroep doen op transitiemiddelen van het zorgkantoor.”

“De CiO’s houden je lekker wakker”

Niet in iedere situatie en voor iedereen is deze vorm van onderwijs weggelegd. De jongste leerlingen zullen volgens Tius in het algemeen nog het meest gebaat zijn bij het reguliere onderwijs. De nieuwe onderwijsvorm vraagt van de leerlingen een zekere mate van volwassenheid en zelfstandigheid. Maar ook de praktijkbegeleiders en docenten moeten ervoor openstaan. “Meewerken aan het leermateriaal, dat is nieuw”, vertelt een van de praktijkbegeleiders. “We maken nu de opdrachten en sparren met de docenten van het ROC, bijvoorbeeld over hoe we moeten beoordelen en nakijken. Ook dat moet je leren. Je kijkt nóg meer mee met de leerlingen, raakt vaker met elkaar in gesprek en krijgt meer vragen. Soms openen die je eigen ogen. Ze stellen ook wat je zelf doet ter discussie. De CiO’s houden je lekker wakker.” Docent Ellen van der Gaag (ROC Kop van Noord-Holland): “We geven het onderwijs niet in de klas, maar ín de zorginstellingen. De groepjes zijn kleiner; we staan heel direct in contact met de praktijkbegeleiders en de leerlingen. De leervragen komen uit de groep; we vragen de leerlingen ze zelf te onderzoeken en gaan pas doceren als ze er niet uit komen. We treden dus op als coach én bieden vaardigheden en theorie aan. Per leerling kunnen de vragen verschillen, daar pas je je op aan. Je kijkt meer naar het individu en moet boven de lesstof staan om gedifferentieerder les te kunnen geven.”

Foto's presentaties inspiratiebijeenkomst

Elkaars kritische vriend

“Ik vind het een grote winst dat we zoveel mensen hebben kunnen vinden, die mee willen doen aan deze ontwikkeling”, concludeert Caroline Beentjes. “Dat we er met zijn vijven ingesprongen zijn en mét en van elkaar leren. We zijn elkaars kritische vriend. Iedereen legt zijn eigen accenten, maar niemand laat zich afleiden door teleurstellingen – want die zijn er ook. Het bewijst dat we samen meer kunnen.”

Meer weten

 

Download artikel als PDF

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemende organisaties

Platform deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.