‘Een opname in een verpleeghuis moet per definitie tijdelijk zijn’

“Een opname in een verpleeghuis moet per definitie tijdelijk zijn. Niet tot de dood erop volgt, zoals nu.”

In gesprek met: Kina Koster en Astrid Mertens, Cicero Zorggroep

Ze ‘zit’ hier 12,5 jaar en verbaast zich nog elke dag over hoe het gaat, in de zorg. Als ze haar verbazing kwijt raakte, zou ze ongelukkig worden – daar is ze stellig over. ‘Ze’ is Kina Koster, bestuurder van de stichting Cicero Zorggroep, zorgorganisatie voor ouderen met een groot aantal vestigingen in het meest Zuidoostelijke deel van ons land. Astrid Mertens, Manager Communicatie en PR, vult haar met enige regelmaat aan tijdens het gesprek over de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg, dat op de agenda staat. Kina heeft daar zo haar gedachten over, over dat ‘radicale vernieuwen’. “Je moet dat niet willen organiseren. En er niet over praten. Je moet kijken wat goed is voor de cliënt en het dan gewoon doen.” Daar is Cicero al een behoorlijk eind mee op weg.

Oud denken

Ze hebben er ook bij Cicero nog regelmatig last van, van wat tijdens het gesprek ‘oud denken’ genoemd wordt.

Kina: “Het oude denken staat voor ‘het mag niet’. Het gestolde wantrouwen waar we in de gezondheidszorg mee groot gegroeid zijn. Wij hebben mensen zó risico-avers gemaakt. Laatst overleed een cliënt en bleef de kamer leeg achter toen de familie vertrok. Dan mogen we alleen nog met minstens twee personen naar binnen, beweerde iemand. Daar verbaasde ik me over. Kennelijk bestond de angst dat we beschuldigd zouden worden van diefstal als er een fotolijstje ontbrak – alsof je dat lijstje niet veel eerder had kunnen stelen. Dus ik dacht: staat dat ergens? We hebben een prachtig geautomatiseerd systeem met allemaal protocollen. Maar deze regel stond er niet in. Vraag ik aan die medewerker waar hij dat vandaan heeft. Blijkt hij op een andere locatie gewerkt te hebben waar ze die regel na een incident ooit ingevoerd hadden. Dat had dat team daar zelf afgesproken. We zijn zelf de grootste bureaucraten.”

Nieuw denken

Als er oud denken is, dan moet er ook ‘nieuw denken’ zijn. Daarin staan niet de regels voorop, maar speelt de cliënt de hoofdrol. “We moeten de regels op een of andere manier los durven laten en kijken wat een cliënt echt nodig heeft. Wat mij betreft heeft de cliënt zeggenschap – en idealiter ook het geld, zodat we kunnen organiseren wat voor hém goed is. Voor mijn part is dat dan een super-de-luxe auto, als hij daar gelukkig van wordt.”

De cliënten dienen

Het los durven laten van de regels en denken vanuit de cliënt, is een belangrijk speerpunt bij Cicero. Cliënt-centraal werken staat al langere tijd hoog op de strategische agenda. “Als bestuurder vind je dat je strategisch bezig moet zijn, dus kijk je naar de toekomst, maar ook naar wat nu eigenlijk de bedoeling is, je essentie als organisatie. Waartoe zijn we op aarde? Voor mij was dat van meet af aan: de cliënten dienen. Maar wat is dat? Dat is niet doen wat wíj denken dat goed is voor de cliënt. Dat is doen wat de cliënt zelf vindt.”

Astrid: “We constateerden dat we te vaak dachten: dat is beter voor die mevrouw.”

Kina: “Als je echt door de ogen van de cliënt kijkt – en dat is niet gemakkelijk, want wij kijken met gezonde ogen – dan zijn we het zo verschrikkelijk fout gaan doen in Nederland. Ik heb de blaren op mijn tong gepraat in Den Haag, over de idiotie der dingen. Maar ik kwam tot de conclusie, dat als we het anders wilden doen, veel meer vanuit de belevingswereld van de cliënt, ik mijn ‘high hopes’ niet op de beleidsmakers moest vestigen. We moesten op eigen kracht verder. Zelf onze cliënten en onze medewerkers bevragen wat zij belangrijk vinden, en met de uitkomsten een goed programma maken.”

Programma Cliënt Centraal

Dat werd het in 2014 geïntroduceerde interne programma Cliënt Centraal, waarvan ook ‘ontbureaucratisering’ deel uitmaakte. “Wat onze medewerkers het meest in de weg zat, zeiden ze, waren die stomme regels. Driekwart van de protocollen hebben we gewoon geschrapt. Niemand die daar wakker van lag.” Maar wat ook bleek, was dat bij veel medewerkers de kennis van dementie ontbrak en het vermogen zich daar werkelijk in te verdiepen.

Kina: “We zijn aan mensen die het heel precies weten, die exact kunnen vertellen wat zich aan processen afspeelt in de hersenen, gaan vragen hoe dat nou wordt beleefd, dementie. Leg ons nou nog eens een keer uit wat er gebeurt als je dat hebt. We hebben dat mensen laten voelen met een ‘verouderingspak’. Ik heb dat zelf drie minuten aangehad, toen werd ik onpasselijk, zo erg is dat. Misselijkmakend erg. We hebben dat iedereen laten ervaren en daar zijn mensen zich dood van geschrokken – van de angst, de desoriëntatie. Dat kun je niet wegnemen, maar als er rust is, en aandacht en warmte, kun je het verzachten.”

Astrid: “Wat er nodig is, is veel meer, is veel breder dan alleen verpleging en verzorging, het is een ander vakgebied.”

Kina: “Het is een ander vakgebied. En toen dachten we: als we slim zijn, beginnen we een eigen opleiding op HBO-plus-niveau om dat geheel van gedrag, pijn, neurogeriatrische symptomen, beweging en alles wat bij dementie een rol speelt te doorgronden. We hebben ons ook aangesloten bij de Academische Werkplaats Ouderenzorg om academisch onderzoek te kunnen laten doen.”

“De cliënten dienen is niet doen wat wíj denken dat goed is voor de cliënt.”

‘Sherlock Holmes van de Ziel’

“Zo hebben we mensen opgeleid die we ‘Sherlock Holmes van de Ziel’ noemen. Sherlock Holmes, omdat je heel diep moet zoeken in de levensgeschiedenis van een individu om te komen bij datgene wat zo angstig of verdrietig maakt. Ik hoef niet uit te leggen wat er hier allemaal gebeurd is, wat mensen meegemaakt hebben in hun jonge jeugd op de boerderij of in de mijnen. Misbruik, opgesloten worden in het kolenhok. Mishandeling, grote gezinnen en verwaarlozing, armoede. De oorlog. We komen het allemaal tegen. In die opleiding hebben we heel erg veel geïnvesteerd, uit eigen middelen. We zijn daardoor in staat mensen op veel individueler niveau te helpen hun rust en vreugde te vinden en te zorgen dat ze niet blootgesteld worden aan factoren die hen onrustig en verdrietig maken. Daar ben ik erg trots op.

Deze mensen zijn bovenformatief geplaatst. Als er ergens iets is, een cliënt heel erg onrustig is en bij wijze van spreken ‘een kerkdorp gek maakt’, en het team komt er zelf niet uit, dan gaat er zo’n Sherlock Holmes heen. Die draait drie weken of langer mee in de zorg, op dagdagelijkse basis, doet alles wat nodig is gewoon mee, en observeert tegelijk samen met het team wat er gebeurt. Daarnaast verdiepen ze zich in de levensloop van de bewoner; wat daarin gebeurd kan zijn wat het gedrag van nu oproept.

Een voorbeeld. We hebben hier een Poolse mijnheer, die in zijn jeugd pogroms meegemaakt heeft. Die was met geen mogelijkheid naar bed te krijgen. De hele nacht zat hij in een stoel met iets in zijn hand dat op een geweer leek. Doodsbang. Toen we dat eenmaal wisten, hebben we zo’n comfortstoel geregeld. Nu gaat hij in de woonkamer in zijn stoel zitten, lampje aan, lekker warm, zoetigheidjes erbij. Als hij eenmaal slaapt, kantelen we de stoel, zodat zijn wervelkolom niet te veel belast wordt. Opgelost. Op die manier proberen we per cliënt in kaart te brengen waar die bij gebaat is. Is dat nou zo radicaal vernieuwend? Dat denk ik eigenlijk niet, dat hadden we altijd zo moeten doen. Maar we waren veel te veel bezig met die lange gangen met rijen kamers links en rechts, en zorgen dat we alles voor tienen klaar hadden.”Zo’n individuele benadering van de cliënten, is dat niet heel erg intensief?Kina: “Ja, dat is heel intensief en het kost veel geld. Maar weet je, mensen die in een permanente staat van verdriet verkeren, hebben ook heel veel aandacht nodig.”Astrid: “Het team wordt sterk ontlast door deze interventies.”

‘Naar voren’

De gedragsconsulenten die als Sherlock Holmes van de Ziel door het leven gaan, worden inmiddels niet meer alleen intramuraal ingezet. Ook ‘buiten’ bewijzen zij hun waarde. Lees verder in het uitgebreide artikel hoe Cicero met ‘Verpleeghuiszorg 8.0’ cliënten optimaal wil faciliteren om thuis te blijven wonen. “Van de veertig mensen die opgenomen moesten worden, wonen er nog 34 thuis.”

Lees het artikel hieronder door of download het hier (vanaf pagina 24):


Geplaatst op: 14 juni 2019
Laatst gewijzigd op: 14 juni 2019