‘Onderdeel van het dorp blijven’ in de praktijk bij ’t Zorghuus

Het is inmiddels meer dan tien jaar geleden dat drie dames in de thuiszorg tot een gezamenlijke conclusie kwamen: het zou toch niet zo mogen zijn, dat mensen die al hun hele leven in Ysselsteyn wonen, daar juist in hun laatste jaren weg moeten? Dat kleine Noord-Limburgse dorp is altijd hun thuis geweest – en dat zou het tot het eind moeten blijven. En zo ontstond een zoektocht naar een oplossing voor een groeiende groep ouderen waarvoor in Ysselsteyn geen geschikte plek meer was.

Zo opent het uitgebreide artikel over ’t Zorghuus, deelnemer aan Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg. In dit artikel enkele passages uit het uitgebreide artikel dat onderaan te helemaal te lezen is.

Vooral niet het verpleeghuis nadoen

Edith had een duidelijk beeld van de richting die ’t Zorghuus uit zou moeten. “Ik had de ervaring van het verpleeghuis: om 10.00 uur klaar zijn, van het papier werken, regels. Wat er daardoor heel erg in mijn hoofd zat: vooral niet het verpleeghuis nadoen, juist helemaal níet. Maar wel: kijken wat iemand wil of wat er nodig is.”

Vrijwillig bestuur

Sinds de oprichting van ’t Zorghuus is voormalig huisarts Rob Keijzer voorzitter van het bestuur. Op vrijwillige basis, net als zijn overige bestuursleden. Hoe komt het dat het ’t Zorghuus lukt zo sterk te drijven op vrijwilligers? Om te beginnen benadrukt Rob dat de zorg binnen ’t Zorghuus volledig professioneel is ingericht. Ook zonder vrijwilligers zou de kwaliteit dus geborgd zijn. De vrijwillige inzet vormt echter wel een belangrijk surplus. Terugkijkend constateert Rob dat de benadering van het vrijwilligerswerk meteen vanaf het begin de juiste is geweest. “Vaak wordt er met een zeker dedain naar vrijwilligers gekeken als mensen die tijd over hebben en een hobby zoeken. Wij zijn ervan uitgegaan dat we bepaalde professionele vaardigheden en competenties nodig hadden om bestuurstaken uit te voeren. We hebben mensen gezocht met die kwaliteiten, en gevraagd of ze die naast hun werk vrijwillig in wilden zetten. Zulke mensen waren er genoeg.

“Je moet zorgen dat mensen het leuk vinden om in hun omgeving een bijdrage te leveren.”

Nu we dat voort willen zetten, blijkt ook dát geen probleem. We hebben iemand in het bestuur die al zes jaar de taak van HR-manager vervult, maar die functie na al die tijd over wil dragen. En ja hoor, we vinden gewoon weer een professioneel HR-manager in het dorp die in het bestuur wil treden. Ik ben ervan overtuigd, dat je in elk dorp van enige omvang alles hebt wat nodig is. Je moet er wel naar zoeken, en zorgen dat mensen het leuk vinden om in hun eigen omgeving een bijdrage te leveren. Dat laatste is belangrijk, er moet een sfeer bestaan van ‘bijdragen’: je professie vrijwillig inzetten voor een maatschappelijk nuttige taak. Voorlopig verwacht ik dat dit in Ysselsteyn blijft lukken. En Ysselsteyn is niet uniek. De voorwaarden en omstandigheden zijn er op heel veel meer plaatsen.”

“Het bestuur hoeft niet betaald te worden, er is geen management; het geld gaat helemaal naar de zorg.”

Rondom de bewoners zit ook een heel netwerk van mensen waar je contact mee hebt, waar je je samen mee inzet, waar je plezier mee hebt. Je bent onderdeel van een veel groter geheel. Dat maakt het extra leuk. Het is bovendien een in-en-uitgaan van mensen, redelijk dynamisch; niet het beeld van een verpleeghuis van mensen in een kamer die af en toe wakker gemaakt worden om een hapje te eten. De vrijwilligers zijn nooit alleen, er zijn altijd anderen in de buurt. Ook jongeren laten zich zien en helpen mee met muziek of spelletjes.”

Publicatie

Lees hieronder verder in het uitgebreide artikel dat verscheen in deze overzichtspublicatie over Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg.

 


Geplaatst op: 14 oktober 2019
Laatst gewijzigd op: 14 oktober 2019