Het is maar hoe je het bekijkt

Als ik dit schrijf zit ik bij mijn oma. Ze is 94 jaar. “Vierennegentig?! Ik wist wel dat ik oud was, maar zó oud?”, zegt ze op z’n Helmonds. Ik had gedacht dat mijn oma vroeg naar bed zou gaan en dat ik dan dit artikel zou kunnen schrijven. Maar ze gaat niet naar bed. Normaal gaat ze altijd om een uur of negen. Nu doet ze net alsof het nog vroeg is, terwijl het al voorbij half tien is. Ze kan er zelf ook wel om lachen en zegt: “niet zo gek toch, hè? Alleen is ook maar alleen.” Ik snap het, ze neemt het ervan nu ik er ben. 

Op televisie is voor de tweede keer een reclame van Alzheimer Nederland te zien. En voor de tweede keer zegt ze met exact dezelfde ontsteltenis als de eerste keer: “1 op de 5 mensen krijgt dementie, dat is veel hè?” Ik vind het ook veel. Dan zegt ze: “dat lijkt me zo erg, als je merkt dat je dement wordt. Ik neem aan dat je dat merkt.” Ik vraag of ze weleens denkt het bij zichzelf te merken. “Nee,” zegt ze, “wel dan?”

Anderhalf uur geleden gingen we aan tafel. “Weet ons mam dat er soep klaar staat?”, vroeg ze. Het was voor het eerst dat ik haar iets hoorde zeggen wat de gewone vergeetachtigheid die je mag verwachten bij een 94-jarige voorbij gaat. Ze keek even om zich heen en zei: “ik geloof dat ik in de war ben.” Wat ik ook snap. Want ik ben er zelden bij het avondeten. En al helemaal niet met twee kleine kinderen. De hele setting roept misschien wel herinneringen op aan de tijd dat ze zelf met haar gezin aan tafel zat, als moeder, of als kind misschien wel. Geen idee. In elk geval was het vandaag zeker zes keer een verassing dat we blijven slapen. Op enig moment zei ik: “je schrikt je morgen ochtend een hoedje, omdat je dan misschien weer vergeten bent dat wij zijn blijven slapen.” 

“Nou,” zegt ze, “dan heb ik toch maar weer mooi een hoedje erbij!”

En zo is het. Het is maar hoe je het bekijkt.

Kletsen

Het is maar hoe je het bekijkt. Stel je voor dat je werkt als verzorgende en dat je terwijl je iemand helpt met wassen en aankleden vertelt hoe je thuis bezig bent om de slaapkamer opnieuw te behangen. “Vroeger”, vertelde mijn collega Marja twee weken geleden, “vonden we dat niet professioneel. Toen hielden we professionele afstand. Maar nu vinden we het normaal. En het leuke is dat ik allemaal verhalen van mensen te horen krijg over hoe zij vroeger hebben geworsteld met rollen behang, omdat mijn verhaal herinneringen bij ze oproept. En ik vind het ook leuk als iemand een week later nog eens vraagt hoe het nou geworden is.” Later merkte ze op dat vroeger eigenlijk pas twee jaar geleden is. 

Ik was bij Marja thuis. Ze had sap, broodjes en thee voor me neergezet. Ik had haar een week daarvoor een vraag gesteld via WhatsApp, en die wilde ze wel beantwoorden, maar wel graag persoonlijk. Mijn vraag luidde ongeveer: “Marja, als je mocht kiezen zou je dan niet liever een zorgcollega aannemen in plaats van iemand zoals ik? Eerlijk antwoord graag.”

Bij de thee wilde ze weten waar mijn vraag vandaan kwam. Ik vertelde haar over een gesprek dat ik heb gehad met een vriendin over een bijeenkomst die ik had begeleid op mijn werk. Die vriendin had gezegd dat er veel te veel geld gaat naar mensen die alleen maar kletsen. Marja zei dat ze dat wel kon begrijpen, maar dat ik niet moest vergeten hoeveel er is veranderd door dat geklets van mij. Het is maar hoe je het bekijkt.

Eén van de centrale thema’s in de afgelopen 2,5 jaar dat Topaz meedoet aan Radicale Vernieuwing Verpleeghuiszorg is eigenlijk wel kletsen. Niet zomaar slap ouwehoeren, alhoewel dat ook heel waardevol kan zijn, maar kletsen om bewoners beter te leren kennen, om collega’s te begrijpen, om stil te staan bij wat we eigenlijk aan het doen zijn, en hoe, en waarom en vooral: voor wie?

‘Losser geworden’

Al kletsende voort bij Marja aan de thee vroeg ik haar wat zij vindt dat van regels naar relaties ons heeft opgeleverd. “We zijn losser geworden”, vertelde ze, “het contact met bewoners is persoonlijker en daardoor het werk leuker. En we doen minder onzinnige dingen, zoals bij elke controle opschrijven ‘mevrouw sliep’. Nu schrijven we alleen op wat belangrijk is. En we kunnen meer ritselen. Als we ook maar even de mogelijkheid zien, gaan we op pad met een paar mensen. Lunchen, naar de markt, ijsje eten, het maakt niet uit. Gewoon even er op uit.” Dat laatste is wel lastiger als er druk staat op de bezetting, en dat staat er nogal eens. Dit ziet Marja als één van de grootste risico’s voor het voortschrijden van de beweging. “We willen echt wel, maar als we te krap staan kunnen sommige dingen gewoon niet.” Maar een hele hoop dingen ook wel, zoals het persoonlijke contact.

Smaakt naar meer

Marja hoopt van harte dat we zo door gaan. Toen ik haar vroeg wat daar voor nodig is dan zei ze dat het belangrijk is dat het gestimuleerd blijft worden. Wat dat inhoudt? Een beetje aanmoediging en een zakcentje voor leuke dingen, dan ben je al een heel eind. Toen vroeg ik haar of bewoners nu blijer zijn dan daarvoor. Daar denkt ze over na. Ja en nee, luidt het antwoord. Ze kan goed merken hoe mensen ervan genieten als ze een uurtje in bad gaan, waardoor ze helemaal warm en rozig hun bed in gaan. Tegelijkertijd merkt ze dat door de beweging mensen veeleisender worden. Er kan meer, er gebeurt meer en dat smaakt naar meer. Het is maar hoe je het bekijkt.

Dat het naar meer smaakt merk ik ook. Niet alleen bij bewoners, maar ook bij collega’s door de hele organisatie. Het lijkt wel alsof we niet zomaar meer dingen voor lief nemen. Nu we aan het nadenken zijn geslagen, komen er steeds meer vragen: kan de inrichting van het elektronisch cliëntendossier niet anders? Iemand heeft zin in pannenkoeken, waar kan ik die bakken? Ik krijg nu deze scholing voorgeschoteld, maar ik wil eigenlijk liever iets anders leren, mag dat ook? Hoe gaan we dan eigenlijk om met het scholingsbudget? Kunnen wij de roosters zelf niet maken? Kunnen we mensen anders opleiden? En hoe begeleiden we dat in de teams? Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.

In dat stoeien zit nou juist vaak de crux

En zo rollen we van de ene niet-vanzelfsprekendheid in de andere. Ga er maar aan staan. Dat is echt een beetje stoeien soms. Met elkaar, met ingesleten patronen van hoe we het gewend zijn om te doen, met wat mensen dus ook van ons gewend zijn. In dat stoeien zit nou juist vaak de crux. Dat stoeien is de overgang tussen ‘doen zoals we het altijd deden’ en een nieuwe manier gevonden hebben, die in deze tijd weer beter past.

Terugkijkend denk ik dat Radicale Vernieuwing Verpleeghuiszorg hierbij voor ons een extra wind in de zeilen is. Topaz was al wel in beweging, en werkt op allerlei manieren toe naar zorg waarbij de relatie tussen de bewoner, familie en medewerker het uitgangspunt is. Het netwerk van RVV biedt allerlei mogelijkheden om met andere organisaties te sparren die op hun eigen manier dezelfde beweging maken. En af te kijken van wat vooral wel, maar soms ook juist niet de moeite waard is om te proberen.

Kijk ik vooruit dan ben ik vooral heel nieuwsgierig. Alles en iedereen binnen en buiten Topaz is in beweging. Er ontstaat steeds meer samenhang, maar we hebben ook nog flinke klussen te klaren. We snappen steeds beter wat wel en niet werkt. Maar snappen is nog niet kunnen. Dus we stoeien vrolijk door. Vrolijk, als het even kan, want daarmee kom je verder. Ik vroeg mijn oma wat volgens haar het geheim is van fijn oud worden. “Niet boos zijn”, zei ze. En ik denk dat ze een punt heeft. Al is het maar hoe je het bekijkt. 

Serie

  • Lees ook de blog die Elly van der Wijk (projectleider Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg bij De Leyhoeve) schreef over wat de vernieuwingsbeweging zoal teweeg brengt in Tilburg en Groningen.
  • Lees hier de terugblik van Sensire-directeur Marleen van der Sijs, over ontwikkelingen in de Achterhoek.
  • Of hier de ervaringen bij Surplus (Brabant), opgeschreven door Sander Verschure (programmamanager Zie mij).
Download artikel als PDF

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemende organisaties

Platform deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.