Workshop over huidhonger

Nederland, Leiden, 14-01-2019 , Huidhonger Melman producties ,foto Ineke Oostveen

Op 4 april volgden de studenten Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs® (RVWO) hun eerste workshop over huidhonger. Hoe was dat? En met welke leervragen zijn zij vervolgens aan de slag gegaan? Aart Eliens en Diana Roor vertellen.

De workshop huidhonger werd gegeven door dans- en bewegingstherapeut Job Cornelissen (betrokken bij het project HuidHonger van Melman Producties) en begeleid door Ada Hoogendoorn (docent/studieloopbaanbegeleider van mboRijnland) en Aart Eliens (aanjager RVWO). “Eerst legde Job uit wat huidhonger is”, vertelt Aart. “Het begrip bestaat al langer, maar werd oorspronkelijk vooral gebruikt voor baby’s. Om zich goed te kunnen ontwikkelen, hebben ze fysiek contact nodig. Maar de behoefte aan lichamelijkheid verdwijnt niet met het ouder worden. Sterker nog, voor kwetsbare ouderen met een cognitieve stoornis wordt het uiteindelijk zo’n beetje de enige manier die ze hebben om nog te communiceren. Immers: in taal kunnen ze zich steeds minder goed uitdrukken.”

Oefenen

Hoe maak je nu op een goede manier fysiek contact? Daarmee gingen de studenten experimenteren tijdens de workshop. “We deden onder meer oefeningen in tweetallen”, vertelt Diana, die in opleiding is tot verpleegkundige (niveau 4) bij ActiVite. Ze geeft een voorbeeld. “Ik stond tegenover een medestudent. Onze handen raakten elkaar. De bedoeling was om de eerste keer ‘mee te werken’ en de tweede keer ‘terug te duwen’. Dit leert je iets over weerstand. Iemand die je handen wegduwt, zal de aanraking vermoedelijk minder op prijs stellen dan iemand die je uitnodigende handen accepteert. Het is goed om dit soort signalen te leren herkennen, voordat je in de praktijk met deze interventie aan de slag gaat.”

Grenzen

Na de algemene introductie door Job, maakte Aart de vertaalslag naar de dagelijks zorgpraktijk. “We hebben onder meer stilgestaan bij het onderwerp ‘grenzen’”, vertelt hij. “Als het gaat om fysiek contact, dan krijg je immers te maken met grenzen. Van de bewoner, maar ook van jezelf.” Diana herkent dit wel. “De een is van nature behoorlijk aanrakerig, de ander veel minder. Zelf ben ik nogal ‘amicaal’; ik zoek makkelijk toenadering. Zo ben ik bijvoorbeeld wel geneigd om een bewoner even over de hand te wrijven als deze onrustig is. Maar ik zag om me heen ook wel dat sommige studenten meer moeite hadden met aanrakingen.” Aart: “Sommigen ervaarden inderdaad handelingsverlegenheid. Daarom gaan we de komende periode ook nog wat meer oefenen. Want aanraking hoort er wel bij in de ouderenzorg; het is een waardevolle en zinnige uitbreiding van het gedragsrepertoire van de zorgprofessional. Via aanraking kun je kwetsbare ouderen veiligheid, geborgenheid en troost bieden. Niet voor niets hebben we dit als verrijking toegevoegd aan het curriculum van de opleidingen.”

Leervragen

Aan de studenten werd gevraagd om in groepjes een aantal leervragen te formuleren. Diana somt een aantal vragen op die in haar groep bedacht werden: ‘Hoe herken ik dat een cliënt huidhonger heeft – deze behoefte zal immers niet bij iedereen in dezelfde mate aanwezig zijn. Wat kan ik tijdens de ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) doen om huidhonger te stillen? Wat kan ik bereiken met het inzetten van huidhonger? Wat is het beste moment om deze interventie in te zetten? Hoe zet ik huidhonger in bij iemand die weerstand biedt? Hoe kan ik huidhonger inzetten als therapie, in samenwerking met andere disciplines zoals fysiotherapie, psychologie of ergotherapie? Hoe overtuig ik collega’s van het belang hiervan?”

Informatie verstrekken

Voordat je huidhonger gaat inzetten als interventie, is het wel raadzaam om je collega’s en de Cliëntenraad hierover te informeren, stelt Aart. “Hoewel veel zorgprofessionals hun cliënten aanraken, is het maken van fysiek contact als bewuste interventie nog niet zo bekend. Daarom is het goed om anderen op de hoogte te stellen van wat huidhonger is en hoe en waarom je ermee aan de slag gaat. We hebben de studenten dan ook gevraagd om een informatieve tekst hierover te schrijven.”

Positief effect

Nadat Aart en Mieke Hollander (projectleider RVWO) de leervragen van feedback hadden voorzien en de studenten RVWO hun collega’s hadden geïnformeerd, gingen de studenten in de praktijk met hun vragen aan de slag. Diana vertelt hoe zij de interventie voor het eerst toepaste: “We gingen aan tafel met een groepje bewoners. Een van hen, een mevrouw in een rolstoel, kan haar bewegingen niet goed onder controle houden door lichamelijke beperkingen. Ik merkte dat ze erg onrustig was. Daarom besloot ik een muziekje op te zetten. Tegen een naaste, die toevallig ook aanwezig was, zei ik: ‘Ik ga iets proberen wat ik pas heb geleerd om contact te maken en rust te brengen.’ Daarop pakte ik de handen van de onrustige mevrouw en bewoog ze kalm mee op de maat van de muziek. Tot mijn verrassing had dit heel snel effect en begon mevrouw zelf de bewegingen af te maken. Ik zag dat het haar ontspanning bracht. Ook de naaste zag en benoemde dit.”

Voortgang

Later in het voorjaar zullen de studenten, hun werkbegeleiders, docenten en een medewerker van HuidHonger terugblikken op de (antwoorden op de) leervragen. Op 14 mei volgen de studenten hun tweede workshop en op 20 mei kunnen zij het dansprogramma HuidHonger gaan bekijken. “Ik heb me al opgegeven; ik ben heel benieuwd!”, aldus Diana.

Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst); Beeld: Ineke Oostveen/Melman Producties, Aart Eliens, Diana Roor.


Geplaatst op: 25 april 2019
Laatst gewijzigd op: 25 april 2019