Werkplek­leren Waarde-vol Onderwijs krijgt (nog meer) gestalte

Geplaatst op 18 september 2020

Op 17 juli en 1 september 2020 kwamen de leden van de werkgroep projectleiders en de leden van de werkgroep onderwijs van het project Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs® (RVWO, zie onderaan deze tekst) bij elkaar voor twee ‘heidagen’. Op de agenda: werkplekleren. “Het concept krijgt steeds duidelijker vorm”, zo vinden zij.

Bij werkplekleren vindt het ‘leren’ zoveel mogelijk plaats op de werkvloer. Studenten werken samen met docenten, werkbegeleiders, praktijkopleiders en andere medewerkers aan vraagstukken uit het werkveld. Werkplekleren is een belangrijke pijler van RVWO. De projectleiders en leden van de werkgroep onderwijs buigen zich over het concretiseren hiervan.

Hulpvragen

Tijdens de twee dagen was het centrale thema wat werkplekleren betekent voor de onderwijsuitvoering en de praktijklocatie.  Er is stil gestaan bij de effectieve elementen van werkplekleren aan de hand van 11 ontwerpregels [1] (zie kader).
Om het denkproces te ondersteunen en te stimuleren, zijn er voorafgaand aan de heidagen al een aantal hulpvragen geformuleerd. Bijvoorbeeld: Welke theorie is typisch voor school en welke past beter op de werkplek? Stuurt de praktijk het onderwijs of andersom? Welke vaardigheden kunnen studenten het beste in de praktijk leren, welke op school? Hoe zorg je voor maximale integratie van praktijkervaring en theorie? Hoe realiseer je een veilige leeromgeving? Wat zijn de rollen van docenten, veld- en ervaringsdeskundigen? Deze vragen waren bedoeld om richting te geven aan het gesprek.

Theorie op school en in de praktijk

De deelnemers aan de heidagen stelden klip-en-klaar dat theorieonderwijs zowel in de praktijk als op school plaatsvindt. Het onderwijs op school kan onder meer gaan over meer algemene thema’s, zoals anatomie of fysiologie; dus de specifieke kennisvakken. Specifieke en specialistische kennis kan opgedaan worden op de werkplek, waar studenten immers in de nabijheid zijn van deskundige zorgprofessionals en van mensen met een zorgvraag die over hun aandoening kunnen vertellen. Ook naasten kunnen hierin betrokken worden. Bovendien biedt de praktijk een relevante illustratie – en veelal verdieping – van de theorie.

Vaardigheden direct toepassen

Vaardigheden – verpleegtechnische en agogische – kunnen naar de mening van de deelnemers zowel tijdens het werkplekleren als op school geoefend worden. Bijvoorbeeld via simulaties of in een skills lab. Een optie die bekeken kan worden, is om in de ochtend theorie en vaardigheden te oefenen en dit vervolgens kort daarna in de praktijk toe te passen. Dit maakt de relevantie van de theorie duidelijker voor studenten.

Integreren van theorie en praktijk

Hoe kun je de integratie van theorie en praktijk bevorderen? Het helpt als school en praktijk goed afstemmen over de leerinhoud: wanneer kan wat aan de orde komen? Per nieuw onderwerp moet zowel de docent als de werkbegeleider/praktijkopleider een gezamenlijke start kunnen maken, fysiek of via beeldbellen. Ook moeten docenten en praktijkopleiders vaker bij elkaar in de keuken kijken, bijvoorbeeld door mee te werken in de praktijk of samen een les vorm te geven. Korte lijntjes tussen werkveld en school zijn hierbij essentieel.

Veiligheid

Een veilig leerklimaat is niet uitsluitend van belang op school, maar ook op de werkplek. Als het leerklimaat als veilig wordt ervaren, kunnen studenten optimaal functioneren. Een goed leerklimaat is lastig te omschrijven, omdat de omschrijving sterk wordt bepaald door de waarden en opvattingen van degenen die naar het leerklimaat kijken. Werkbegeleiders, praktijkopleiders en docenten zijn medeverantwoordelijk; zij geven het leerklimaat vorm. Ze hebben hierin een voorbeeldfunctie: als zij niet goed samenwerken, dan kan dit ook niet van de studenten verwacht worden.

Rollen

De intensivering van het leren in de praktijk maakt dat er ook kritisch gekeken moet worden naar de rollen en competenties van de werkbegeleiders, praktijkopleiders en docenten. En hoe die zich tot elkaar verhouden. Daar is met de trainingen voor werkbegeleiders – en met intervisie door de praktijkopleiders aan de werkbegeleiders – al een begin mee gemaakt. Maar nu docenten, praktijkopleiders en werkopleiders nog intensiever samen op gaan trekken, zal hier nog meer aandacht voor moeten komen. Dit punt vraagt nog een nadere uitwerking.

Wat nemen de deelnemers mee?

Aan alle deelnemers is een oordeel gevraagd over de opbrengst van de heidag. Zij geven aan dat ze duidelijk zien dat het werkveld en het onderwijs hetzelfde nastreven bij het opleiden van RVWO-studenten en dat ze veel nieuwe handvatten hebben gekregen voor het vormgeven van het werkplekleren – de 11 ontwerpregels geven hierbij houvast en focus. Bovendien geven ze aan dat het belangrijk is dat er een eenduidig begrippenkader is over werkplekleren. Met andere woorden: het is belangrijk om duidelijk te hebben wat er binnen RVWO onder werkplekleren wordt verstaan. Om dit nog scherper te krijgen, zullen de deelnemers een korte beschrijving maken van hoe het werkplekleren eruit kan zien. Zij gaan dit doen op basis van eigen ervaringen met vormen van werkplekleren, zoals een ZorgInnovatieCentrum (ZIC) of een leerafdeling.

UITGANGSPUNTEN WERKPLEKLEREN
11 ONTWERPREGELS



1: Werkplekleren vraagt continu co-makership tussen opleiding en werkplekken, gericht op doelverheldering, afstemming en taakverdeling, om te zorgen voor goede inbedding in het curriculum. Kennen van elkaars rationaliteiten vraagt om veelvuldig contact en personele uitwisseling.  

2: Voor het welslagen van werkplekleren is een goed begrip van verschillende conceptuele frames van belang. `Theorie’ is niet hetzelfde als schoolse kennis. In de praktijk zijn andere frames te onderscheiden: praktijktheorie, werkproceskennis en werkprotocollen zijn hiervan voorbeelden, waarmee rekening gehouden moet worden.  

3: Een goed (binnenschools) voorbereidingsprogramma voor werkplekleren is van belang voor het welslagen van werkplekleren.  

4: Hybride leerwerkplekken, waarin een zekere mate van simulatie wordt gehanteerd, kunnen een goede tussenoplossing betekenen in de interactie tussen opleiding en werk. Zij bieden experimenteer- en leerruimte die in de echte praktijk soms ontbreekt.

5: ‘Supported participation’ is een belangrijk kenmerk van effectief werkplekleren. De student moet in staat zijn verschillende relevante leerervaringen op te doen. Dit vraagt balans ten aanzien van (on)zekerheid, autonomie, taakvariatie en reflectie.  

6: Wisseling van leerwerkplek ondersteunt het leerproces van de student. De persoonlijke werktheorie wordt rijker, als deze is gestoeld op ervaringen vanuit meerdere leerwerkplekken.  

7: Simulaties zijn een effectieve leerwerkvorm, zowel voor het inoefenen van specifieke technische handelingen, als voor het verwerven van vaardigheden waar de echte praktijk geen leermogelijkheden voor biedt (bijvoorbeeld vanwege fysieke of economische risico’s).  

8: Integratie in de werkpraktijk is een belangrijk kenmerk van werkplekleren. De werkbegeleider speelt hierin een belangrijke rol, evenals andere collega’s op het werk. Actieve participatie in de werkgemeenschap is essentieel.  

9: Het is van belang om rekening te houden met de complexe rol van de werkbegeleider. Zorg voor support vanuit de werkorganisatie. Beschouw de werkplekbegeleider als lid van het (extended) opleidingsteam: dit versterkt de positie van de werkplekbegeleider.  

10: Stimuleer zelfbeoordeling in het ontwerp van werkplekleren. Peer-feedback kan hierbij als hulpmiddel worden ingezet. Zelfbeoordeling is een belangrijke vaardigheid voor ‘een leven lang leren’.  

11: Ontwerp een passende beoordelingssystematiek bij het werkplekleren, met daarin aandacht voor zowel formatieve als summatieve aspecten. Investeer in professionalisering van de beoordelaars.  

OVER RVWO
Radicale Vernieuwing Waarde-Vol Onderwijs®
vernieuwt het zorgonderwijs, zodat de zorg en ondersteuning duurzaam kunnen aansluiten bij de waarde(n) van mensen met een zorgvraag en hun naasten én zorgprofessionals hun werk met plezier doen. (Meer informatie over RVWO lees je in de RVWO-nieuwsbrief).

Tekst: Mieke Hollander, Femke van den Berg


[1] Nieuwenhuis L., Hoeve, A., Nijman, D., van Vlokhoeven, H., Pedagogisch-didactische vormgeving van werkplekleren in het initieel beroepsonderwijs: een internationale reviewstudie. (Nijmegen: HAN, 2017).

Download artikel als PDF

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemende organisaties

Platform deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.