Waarde-vol Onder­wijs®: de nieuwe opleidin­gen krijgen gestalte

Geplaatst op 26 oktober 2018

Begin oktober gingen 51 studenten bij mboRijnland van start met het vernieuwende praktijk-leertraject Waarde-vol Onderwijs. Hoe zien hun opleidingen eruit? Docent gezondheidszorg en onderwijsontwerper Sonja Jong-van Beek van mboRijnland schetst de contouren. “Het huis staat bijna, nu de meubels nog.”

Hoe ben je betrokken geraakt bij het project Radicale Vernieuwing – Waarde-vol Onderwijs?

“Toen duidelijk werd dat mboRijnland het onderwijs zou gaan ontwerpen voor de praktijk-leerroute Waarde-vol Onderwijs, is er een interne werkgroep onderwijs ingericht van onder meer onderwijsontwerpers en -ontwikkelaars. Binnen ons docententeam konden vrijwilligers zich aanmelden voor de werkgroep. Ik heb dat vol overtuiging gedaan.

Samen met de drie zorgorganisaties – Topaz, ActiVite en DSV|verzorgd leven – geeft deze werkgroep vorm aan het nieuwe onderwijs. Iedere drie weken is er een gezamenlijk overleg met de projectmanagers en afgevaardigden van de drie zorgorganisaties. We werken hard, maar met veel plezier en betrokkenheid. Ik krijg echt energie van dit project.”

Wat is trouwens het verschil tussen ‘ontwerpen’ en ‘ontwikkelen’ van onderwijs?

“Om dit duidelijk te maken, gebruik ik altijd de volgende vergelijking: als ontwerper maak ik het huis of verplaats ik de muren, de ontwikkelaars richten het in met meubels. Vertaald naar het onderwijs: eerst analyseer ik de kwalificatiedossiers. Hierin staat wat studenten aan het eind van hun opleiding moeten kennen en kunnen. Welke werkprocessen worden er beschreven in de kwalificatiedossiers? Hoeveel uur moet aan ieder werkproces worden besteed? Vervolgens bekijk ik waar de overlap zit tussen de drie opleidingen – Helpende Z&W, medewerker Maatschappelijke Zorg (MZ)/Verzorgende IG of MBO-Verpleegkundige/MZ – en welke onderdelen we kunnen combineren. We willen immers de studenten van de drie richtingen deels gezamenlijk opleiden. Kortom: ik ontwerp het raamwerk. De ontwikkelaars schrijven vervolgens het concrete onderwijsmateriaal – de lessen – voor studenten.”

Hoever zijn jullie al?

“De eerste weken van het onderwijs staan nu. Maar let wel: het raamwerk is een groeidocument.

Met de ontwikkeling van onderwijsmateriaal zijn we druk bezig. Zo is er bijvoorbeeld al beeldmateriaal over authentieke leersituaties (filmpjes gemaakt in de praktijk), dat studenten van alle niveaus gezamenlijk kunnen analyseren. Vorige week hebben ze onder meer filmpjes bekeken over ‘gastvrijheid in de zorg’. Het doel was dat ze de beelden selecteerden, die zes kenmerken van gastvrijheid in de zorg verbeeldden. Na het kiezen van de beelden, gingen ze hierover samen in gesprek.”

Wat hebben de studenten de eerste drie weken nog meer gedaan?

“Het accent lag op het leren kennen van elkaar en de docenten. Ze hebben veel gereflecteerd op vragen als: Wie ben ik zelf, als persoon? En als professional? Met wat voor zorgvragers kan ik te maken krijgen? Om zich nog beter te leren verplaatsen in de oudere mens, hebben de studenten bijvoorbeeld een levenslijn gemaakt van een 85-jarige. Die  hebben ze ingevuld met gebeurtenissen die in het leven van zo’n oudere belangrijk kunnen zijn geweest. Verder gingen ze ook praktisch aan de slag en hebben ze onder meer gekookt. Ze zullen straks immers op de woongroepen ook regelmatig eten gaan bereiden, voor en met bewoners. Ook hebben we nog aandacht besteed aan sociale vaardigheden en aan hygiëne in de omgang met de medemens met een hulpvraag.”

De lessen vinden nu nog plaats bij mboRijnland. Maar dat gaat veranderen?

“Zeker! De eerste drie projectwerken waren op school. Vanaf november komen de Helpenden Z&W echter nog maar een dag per week naar mboRijnland; de overige twee studentgroepen nog twee dagen. Na tien weken verplaatst het onderwijs zich naar de drie zorginstellingen. Het streven is dat uiteindelijk alle lessen in de praktijk, dus bij de zorgorganisaties, gegeven worden door onze docenten, gastdocenten en zorgprofessionals uit de praktijk.”

Studenten van verschillende niveaus krijgen samen les. Hoe gaat dat?

“Tot nu toe goed! Er zit veel overlap tussen de opleidingen; bepaalde kennisonderdelen kunnen de studenten prima samen volgen. En ook in de praktijk zullen ze gaan samenwerken. We verwachten dat de kwaliteit van de opleidingen extra toeneemt, doordat alle niveaus met en van elkaar leren en we het onderwijs verder vernieuwen, passend bij wat het werkveld vraagt.

Toch moet er later in de opleiding ook gedifferentieerd worden. Bovendien duren de opleidingen niet even lang. Studenten Helpende Z&W zullen naar verwachting ongeveer een jaar over hun opleiding gaan doen, studenten Maatschappelijke Zorg/Verzorgende IG twee jaar en Mbo-verpleegkundigen drie jaar. Er zal dus zeker ruimte zijn voor verbreding en verdieping.”

Het onderwijs is thematisch ingericht?

“Klopt. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: gastvrijheid, aandacht voor de naasten, zorgtechnologie, zorg-ICT, van regels naar relaties. Iedere vijf weken gaan de studenten zich in een ander thema verdiepen.

We zullen ook regelmatig gastdocenten gaan uitnodigen, bijvoorbeeld van Alzheimer NederlandErvarea, een begrafenisondernemer, een medewerker van het zorgkantoor. En natuurlijk de verzorgenden en verpleegkundigen die nu al werkzaam zijn bij de drie zorgorganisaties.”

Studenten formuleren zelf hun leervragen?

“Ja. Ze verdiepen zich in de beschreven werkprocessen uit de verschillende kwalificatiedossiers en vertalen die in eigen leervragen. Wat willen ze weten? Welke kennis moeten ze daarvoor verzamelen? Wat is daarvoor nodig? Als een leervraag is beantwoord, zullen zich ongetwijfeld in de praktijk weer nieuwe vragen voordoen. Stel, een bewoner heeft bijvoorbeeld benauwdheidsklachten. Dan zul je willen weten hoe hiermee om te gaan. En dan begint dit proces opnieuw.

In het begin zullen docenten de studenten intensief begeleiden bij het formuleren en beantwoorden van leervragen. Later zullen we vooral coachend aanwezig zijn.”

Hoe ziet de toetsing er straks uit?

“Studenten houden een digitaal portfolio bij. Regelmatig zullen ze met de studieloopbaanbegeleiders in gesprek gaan over hun eigen vorderingen. Hoe vinden ze dat het gaat? Waar hebben ze nog hulp bij nodig? Als student en studieloopbaanbegeleider denken dat de student klaar is om een bepaald onderdeel af te toetsen in de praktijk, dan worden hiervoor afspraken gemaakt met de werkbegeleiders van de leer-werkplaats. Die beoordelen uiteindelijk of de student voldoende kennis en vaardigheden heeft. Ze gebruiken hierbij de examens van het Consortium Beroepsonderwijs.”

Wat is je opgevallen aan deze groep studenten?

“Hun grote gedrevenheid en leergierigheid! En dat ze het leuk vinden om mee te denken over de inrichting van het onderwijs. De studenten die al langer werkzaam zijn in de zorg, geven verder aan dat ze het zo fijn vinden dat in deze opleiding het accent echt ligt op: aandacht geven aan bewoners. Dat misten ze de afgelopen jaren soms; het leek er vooral om te draaien zorghandelingen snel-snel uit te voeren.

Mijn drie collega-docenten en ik vinden het zelf trouwens ook geweldig dat de nadruk in dit vernieuwende onderwijs ligt op de afstemming op wat voor mensen met een zorgvraag waarde en betekenis heeft. Dat doet echt wat met ons, we geloven in deze benadering. Ik denk en verwacht dat deze manier van opleiden de toekomst heeft.”

Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst). Beeld: mboRijnland en Sonja Jong.

Download artikel als PDF

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deelnemende organisaties

Platform deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.