Vloeibare grenzen

Onderzoek naar boundary crossing en RVWO

Wat hebben studenten Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs® (RVWO) aan ‘bagage’ nodig om succesvol te kunnen starten in de praktijk? Op die vraag hopen Robert Loose en Annemarie de Brabander in het najaar (het begin van) een antwoord te kunnen geven. “We gaan onderzoek doen en zijn heel benieuwd!”

Robert Loose verzorgt intern trainingen bij zorgorganisatie Topaz, onder meer over onderwerpen als het signaleren van ouderenmishandeling en belevingsgerichte zorg. Daarnaast doet hij de masteropleiding ‘Leren en Innoveren’, bij Hogeschool Aeres in Wageningen. Daar maakte hij kennis met boundary crossing: een theoretisch concept dat helpt om grip te krijgen bij het leren over grenzen heen. Bij boundary crossing worden grenzen (tussen organisaties, systemen, werelden) gezien als sociaal-culturele verschillen, die ervoor kunnen zorgen dat een samenwerking niet optimaal verloopt. Om deze weer vlot te trekken, is het essentieel om de ervaren grenzen te overbruggen.

Verbindingen leggen

Boundary crossers zijn mensen die deze grenzen oversteken, doordat ze functioneren in twee verschillende systemen – met elk een eigen cultuur en dynamiek. “Denk bijvoorbeeld aan studenten die zowel actief zijn in de wereld van het onderwijs als de wereld van de zorg”, geeft Robert als voorbeeld. “Of aan zorgmedewerkers, die enerzijds te maken hebben met de verwachtingen van hun organisatie en anderzijds met die van mantelzorgers. Dit brengt uitdagingen met zich mee, en soms ook rolverwarring. Van boundary crossers vraagt een dergelijke situatie dat zij een verbinding weten te leggen tussen van wat ze hebben geleerd op verschillende plekken. In boundary crossing ligt veel leerpotentieel besloten.”

Grensoverschrijders

Volgens Robert zijn studenten Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs® (RVWO) boundary crossers pur sang. “Zij krijgen met de grenzen van hun opleiding en de zorgpraktijk te maken, maar het bijzondere is dat deze grenzen niet helemaal vast liggen. De vernieuwende praktijk-leerroute die zij volgen, krijgt immers gaandeweg pas vorm. Daar komt nog bij dat ze instappen in zorgorganisaties die zelf ook volledig in transitie zijn, die de beweging maken van regels naar relaties. Ik vraag me af: wat zouden deze studenten nu nodig hebben om in deze complexe situatie te functioneren? Dat wilde ik graag onderzoeken, in het kader van de bekwaamheidsproef voor mijn opleiding.”

Onderzoeksopzet

Robert riep hierbij de hulp in van de ervaren onderzoeker Annemarie de Brabander, eveneens werkzaam bij Topaz. Ook Aart Eliens, projectmedewerker RVWO, vroeg hij om mee te denken als adviseur. Dit resulteerde in de volgende onderzoeksvraag: welke condities en belemmeringen en welk leerpotentieel worden gesignaleerd door werkbegeleiders en praktijkopleiders van ActiVite, DSV|verzorgd leven en Topaz (de zorgorganisaties die vorm geven aan de vernieuwende praktijk-leerroute RVWO)?
Robert en Annemarie willen van iedere zorgorganisatie een praktijkopleider en werkbegeleider hierover gaan interviewen. “Daarbij focussen we met name op vier processen met leerpotentieel: identificatie, coördinatie, reflectie en transformatie”, vertelt Robert. Hij geeft een toelichting: “Bij identificatie draait het om vragen als: wie ben ik, waar sta ik voor? Bij coördinatie gaat het om: hoe stem ik af op de ander? Reflectie draait om het uitwisselen van perspectieven tussen diverse betrokkenen. En bij transformatie draait het erom dat op de ‘grensplek’ een nieuwe, gezamenlijke aanpak ontstaat, doordat twee systemen zich vermengen.”

Botsende systemen

Annemarie vertelt dat op al deze vier terreinen de mogelijkheid bestaat om te leren, wanneer twee ‘werelden’ elkaar raken. Zij geeft een voorbeeld. “Studenten RVWO leren in hun opleiding dat het belangrijk is om bij het eerste contact met een cliënt de tijd te nemen om hem/haar te leren kennen, om het levensverhaal te achterhalen. Vervolgens merken ze in de praktijk soms dat dit op hun afdeling niet gangbaar is. Hier botsen dus twee systemen, die van het onderwijs en die van de zorgpraktijk, en wel op het gebied van identificatie.” Robert: “De vraag is: hoe ga je hiermee om als student? Wat vraagt het van je om dit bespreekbaar te maken? Hoe ga je om met mogelijke weerstand? Hoe geef je feedback? En wat doe je om tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen, dus tot transformatie? Daar willen we graag beter zicht op krijgen.”

Aanbevelingen

In de zomermaanden willen Robert en Annemarie de interviews afnemen en hun bevindingen verwerken. “Natuurlijk, de omvang van ons onderzoek is bescheiden. Toch hopen we voor september tot een aantal aanbevelingen te komen die waardevol zijn voor de betrokken zorgorganisaties, onderwijsinstellingen en studenten RVWO”, zegt Robert. “We hopen vooral dat onze tips studenten RVWO straks kunnen helpen als voorbereiding op de praktijk.”

Meer lezen:
https://www.canonberoepsonderwijs.nl/Boundary-crossing-leren–met-en-van-de-ander
http://docplayer.nl/27269050-Het-waarderen-van-leren-met-partijen-buiten-de-school.html

Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst).
Illustratie:  Judith Gulikers & Carla Oonk, ‘Het waarderen van leren met partijen buiten de school’.
In:  Onderwijsinnovatie (september 2016) .


Geplaatst op: 12 juni 2019
Laatst gewijzigd op: 12 juni 2019