Vijf vragen aan: Evelyn Finnema

Geplaatst op 22 oktober 2021

Hoogleraar Evelyn Finnema hield haar oratie (*) op 5 oktober 2021. Daarnaast is zij Chief Nursing Officer bij het ministerie van VWS. Bovendien is ze lid van de Klankbordgroep RVWO Onderzoek. In dit interview vertelt ze er meer over. ‘Mijn advies aan studenten? Blijf vanuit je intrinsieke motivatie invulling geven aan je vak.’

De titel van je oratie (zie onderaan) was ‘Verpleegkunde. Zie de mens.’ Kun je dit toelichten?

“Ik vind het heel belangrijk dat we patiënten, cliënten en bewoners vanuit een brede context beschouwen. Je bent niet een ziekte of aandoening, maar je hebt een ziekte of aandoening. Naast patiënt of zorgontvanger, ben je ook bijvoorbeeld ook: moeder, oma, student of werknemer, broer of zus, partner of vriend. Je hebt zoveel meer rollen, verantwoordelijkheden en aspecten dan alleen dat deel waarvoor je ondersteuning vraagt. Ik vind het heel belangrijk dat verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten daar oog voor hebben. Alleen als je vanuit ‘het geheel’ kijkt, kun je recht doen aan een individu met een zorg- of ondersteuningsvraag. Ik geloof heel erg dat dit ook bijdraagt aan goede zorg. Anders heb je fragmentarische zorg. En fragmentarische zorg kan nooit goede zorg zijn. Dus daarom pleit ik voor: ‘zie de mens’.”

Evelyn Finnema

In je oratie zoomde je ook in op ‘compassie en betrokkenheid’. Kun je dat nader toelichten?

“Ik heb aangegeven dat compassie en betrokkenheid voor het merendeel van de zorgprofessionals dé belangrijkste drijfveren zijn om te werken in de zorg. Ze kiezen voor een zorgberoep,  omdat zij op cruciale momenten – wanneer mensen op hun kwetsbaarst zijn – vanuit hun expertise iets kunnen betekenen voor een ander. De mooiste momenten in de zorg zijn de momenten dat je echt contact hebt met iemand, dat je in verbinding staat met elkaar.
En ja, we moeten evidence based werken, gebruikmaken van data die bekend zijn over wat de juiste behandeling is in een bepaalde context. En ja, we moeten ook gebruikmaken van alle technologie die er maar is. Dat moet echt allemaal. Maar we moeten ook die betrokkenheid koesteren en de plek geven die ze verdient. Dat gebeurt nu niet. Het zit niet in onze definities, het staat niet in onze protocollen, we vinken het niet af, het zit niet in de curricula of in taak- en functieomschrijvingen. Terwijl we allemaal weten dat dit de basis is, vanuit de beweegredenen en de onderliggende waarden van ons vak. Ik wil daarom dat compassie en betrokkenheid een plek krijgen in ons palet van professioneel handelen. Want zolang we het niet benoemen, is het er ook niet echt. We moeten het boven tafel halen en zichtbaar maken.”

Je bent ook nog benoemd tot Chief Nursing Officer (CNO). Wat houdt dat in?

“Dit heeft twee formele aspecten. Het ene is dat je onafhankelijk adviseur bent op het gebied van verpleegkundige vraagstukken voor de ministers en staatssecretaris van het ministerie van VWS. En het tweede aspect is dat je Nederlandse verpleegkundigen vertegenwoordigt, onder andere bij de World Health Organisation. Dus de CNO geeft Nederlandse verpleegkundigen zowel nationaal als internationaal een stem.
Dat is een hele brede taakomschrijving. De kunst is om te focussen op een aantal hoofdthema’s. Een hoofdthema dat nu speelt, met dank aan mijn voorgangster Bianca Buurman, is zeggenschap & identiteit van verpleegkundigen. En dan niet als doel, maar als middel. Het gaat erom dat verpleegkundigen in verschillende lagen van zorgorganisaties inbreng hebben, dat ze meepraten op besluitvormende en beleidsmakende niveaus, zodat ze vanuit hun professionele vakmanschap een inbreng kunnen hebben in de besluiten die genomen worden. Het doel is dat dit bijdraagt aan betere kwaliteit van zorg en prettige werkomstandigheden.
Een ander hoofdthema is het hele grote vraagstuk van behoud van verpleegkundigen voor het werkveld. Er is een grote uitstroom: 40 procent van de net-afgestuurde mbo-v en hbo-v’ers verlaat binnen twee jaar het beroep. Hoe kunnen we de jonge verpleegkundigen goed laten landen en perspectief bieden, waardoor zij met plezier naar hun werk gaan en behouden blijven voor het vak? Dit is natuurlijk gerelateerd aan continuïteit van zorg. Hoe kunnen we de gezondheidszorg kwalitatief continueren, ook met het oog op de vergrijzing?
Er zijn ook kleinere thema’s, binnen de grote context. Er ligt nu bijvoorbeeld een advies van mij aan de Tweede Kamer over de inzet van de ‘Nationale Zorgreserve’, vanuit het perspectief van de verpleging.
Al met al hebben we in Nederland op het gebied van de zorg dus veel grote vragen. Je kunt zeggen: mission impossible. Maar voor mij is het glas halfvol. Ik vind heel eervol en bijzonder dat verpleegkundigen een stem hebben aan de ministeriële tafels in Den Haag en bij de regering. Zo kunnen we bijdragen aan oplossingen van enorme vraagstukken, waarvoor overigens niemand de wijsheid in pacht heeft. Ik geloof echt in samen optrekken, samen nadenken over de vraagstukken van het heden, om te werken aan oplossingen voor de toekomst.”

Wat zou jij de studenten van RVWO willen meegeven? Kun je eens drie dingen noemen?

“Ten eerste: blijf dicht bij je eigen gevoel, bij de beweegredenen waarom je gekozen hebt voor de zorg. Gebruik die als je interne spiegel om voor jezelf te toetsen: Zit ik goed? Doe ik het goede, ook al doet mijn omgeving misschien net iets anders? Probeer vanuit je intrinsieke motivatie invulling te – blijven – geven aan je beroep. Iedereen weet waarom hij gekozen heeft voor de opleiding. Probeer dat vast te houden.
Ten tweede: sta open. Dat doen deze studenten al, want ze hebben gekozen voor een opleiding die niet regulier en standaard is. Maar blíjf ook openstaan voor het onverwachte, het andere.
Tot slot: zoek de samenwerking. Zorg verlenen doe je nooit alleen, maar altijd in de context van degene die zorg ontvangt en zijn/haar naasten en vaak met andere zorg- en/of welzijnsprofessionals. Alleen samen kom je tot goede persoonsgerichte zorg.”

Dan tot besluit: jouw deelname aan de Klankbordgroep Onderzoek. Deze is vijf keer bij elkaar geweest in vier jaar. Wat is het algemene beeld dat je daar hebt gekregen?

“De Klankbordgroep is een ontzettend divers gezelschap. Dat vind ik mooi, want ik geloof heel erg in de toegevoegde waarde van mensen met een verschillend perspectief bij elkaar zetten.
We hebben gezien dat het behoorlijk moeilijk kan zijn om echte vernieuwing te implementeren en te borgen. Initiëren is niet het probleem; we hebben allemaal weleens hele leuke ideeën die anders zijn dan het gangbare. Maar net als mensen, kunnen ook ideeën kwetsbaar zijn. Het is dus belangrijk om dit initiatief te blijven koesteren en steunen.
RVWO laat zien dat vernieuwend denken kans van slagen heeft. Het gaat weliswaar met vallen en opstaan en het vraagt veel doorzettingsvermogen, enthousiasme en een gedreven programmaleider die verbindend kan optreden. Maar het kan! De aanhouder wint.”

De oratie van Evelyn Finnema vind je via onderstaande link:


(*) De oratie (van het Latijnse oratio), oftewel inaugurele rede, is een openbare redevoering waarmee een nieuw benoemde hoogleraar het ambt officieel aanvaardt.

OVER RVWO
Radicale Vernieuwing Waarde-Vol Onderwijs® verrijkt het zorgonderwijs, zodat de zorg en ondersteuning duurzaam kunnen aansluiten bij de waarde(n) van mensen met een zorgvraag en hun naasten én zorgprofessionals hun werk met plezier doen. De praktijk-leerroute wordt uitgevoerd door zorgorganisaties ActiVite, DSV|verzorgd leven en Topaz. (Meer informatie over RVWO lees je in de RVWO-nieuwsbrief.)

Interview: Mieke Hollander. Tekst: Femke van den Berg. Beeld bovenaan: Ron Lach (via Pexels). Andere foto verkregen van Evelyn Finnema.

Download artikel als PDF

Praat mee!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deelnemende organisaties

Platform deelnemers

Alle deelnemers

Nieuwsbrief

  • * Heb je onze nieuwsbrief eerder ontvangen en je afgemeld? Meld je dan aan via webmaster@loc.nl
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Click to access the login or register cheese