Minister De Jonge op bezoek

 Op 11 september 2019 bracht minister Hugo de Jonge een bezoek aan woonzorgcentrum Topaz Munnekeweij, in Noordwijkerhout. Daar sprak hij met studenten, medewerkers en bewoners over de vernieuwende praktijk-leerroute Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs® (RVWO) én met pioniers die het zorgonderwijs vernieuwen in West-Brabant, Friesland en Zeeland. Bovendien kreeg hij de publicatie Radicale vernieuwing zorgonderwijs uitgereikt (zie foto’s en filmpje onderaan).

Het is een frisse woensdagmorgen. In de Tuinkamer van Munnekeweij hangt een sfeer van verwachting. “Het lijkt wel of Sinterklaas komt!”, lacht Lia de Jongh, voorzitter van de raad van bestuur van Topaz. Aan een grote tafel zitten zestien mensen al klaar om met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in gesprek te gaan. Zij vertegenwoordigen de partijen die samen RVWO uitvoeren: zorgorganisaties ActiVite, DSV|verzorgd leven en Topaz en onderwijsorganisaties mboRijnland en LOI Hogeschool. Mieke Hollander, initiatiefnemer en projectleider van RVWO, is gespreksleider. In een ring om de grote tafel heen zitten zo’n dertig toehoorders.
 

Welkomstwoord

Om iets voor tienen maakt de minister De Jonge zijn entree en neemt hij plaats aan de grote tafel. “Goedemorgen! Ah, we kunnen hier mooi intieme gesprekken voeren, want er luistert bijna niemand mee”, grapt hij. De aanwezigen lachen; het ijs is meteen gebroken. Lia de Jongh neemt het woord en heet de minister van harte welkom. Zij refereert aan de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg, van regels naar relaties en vertelt dat Topaz zich hierbij vol overtuiging heeft aangesloten. “We vroegen ons af: waar gaat het in de zorg over? Natuurlijk om de cliënten, hun naasten en de medewerkers die het werk doen. Het draait om mensen die een relatie met elkaar aangaan en waarde toevoegen aan elkaars leven. Mensen zijn ons krachtigste kapitaal.” De Jongh vertelt dat het niet alleen belangrijk is dat in de zorg de beweging ‘van regels naar relaties’ wordt gemaakt, maar dat ook het onderwijs hierin meegaat. “In onze regio, maar ook in Friesland, West-Brabant en Zeeland zijn we allemaal bezig om het onderwijs beter aan te sluiten bij de zorgvraag van vandaag én bij de studenten. Onze ervaringen zijn verwerkt in een publicatie, die we u straks zullen aanbieden. Maar eerst kunt u met de mensen in gesprek gaan.”

In gesprek

Dat laat de minister zich geen twee keer zeggen. Hij bedankt De Jongh voor haar mooie woorden en vraagt vervolgens nieuwsgierig aan zijn gesprekspartners: “Waar begin je mee, als je het onderwijs wil vernieuwen?” Thessa Groen, intern projectleider RVWO bij DSV|verzorgd leven, geeft aan dat het belangrijk is dat de zorgorganisaties en onderwijsinstellingen eerst samen om de tafel gaan om te kijken welke thema’s in het curriculum aan bod komen en vervolgens hoe je die kunt verrijken met wat je belangrijk vindt. Daniëlle Loose, teamleider zorg (Topaz), vult aan dat de leidraad hierbij steeds is: meer aandacht voor het welzijn van bewoners. Daarin verschilt RVWO van de reguliere zorgopleidingen, waar verpleegtechnische handelingen meer nadruk krijgen. Ze vertelt dat de RVWO-studenten de focus op welzijn vanaf dag één van hun opleiding meekrijgen. Mieke Hollander: “Daarnaast verrijken we het curriculum met aspecten als gastvrijheid, zorgtechnologie en zorg-ICT, opdat studenten beter kunnen afstemmen op bewoners die nu in de verpleeghuizen wonen.”

Velddeskundigen

De minister is wel benieuwd hoe er dan aandacht wordt geschonken aan nieuwe technologie. Mieke Hollander antwoordt dat bijvoorbeeld een velddeskundige van NictiZ een dag les kwam geven over dit onderwerp. “Zo haal je de nieuwste kennis binnen.” Janine van Duijvenvoorde (student hbo-v bij DSV|verzorgd leven) vertelt dat zij onderzocht heeft wat er binnen de organisatie al aan domotica en zorgtechnologie aanwezig is – om hierover het gesprek aan te gaan met collega’s, zodat het onderwerp meer gaat leven.
Dan komen ze aan tafel te spreken over hybride en interprofessioneel leren: praktijkopleider Jessica van der Geld (ActiVite) benadrukt hoe waardevol het is dat studenten van verschillende opleidingsniveaus van en met elkaar leren binnen RVWO.

Eigen regie

Het gesprek gaat ook nog over een andere belangrijke pijler van RVWO: vraaggestuurd onderwijs. “Hoe zorg je ervoor dat studenten meer regie krijgen over hun eigen leerproces en hun eigen leervragen kunnen uitdiepen?”, vraagt de minister zich af. Aafke den Hollander, praktijkopleider bij DSV|verzorgd leven, vertelt dat dit goede afstemming vereist tussen de zorg- en onderwijsorganisaties. Het is belangrijk om steeds met elkaar in gesprek te blijven, zodat actuele praktijkleervragen van de studenten besproken kunnen worden in de lessen.
Michelle Ravensberger, studente bij Topaz, vertelt hoe prettig zij het vindt om zelf aan het roer te staan: om niet alleen uit verplichte boeken te leren, maar ook aan de gang te gaan met leervragen die zich aandienen in de praktijk. Studente Liesbeth Slingerland is dat met haar eens. Nadat zij werd gegrepen door een workshop over het thema HuidHonger, is ze zelf met dit onderwerp aan de slag gegaan op haar afdeling, waar ze ook collega’s enthousiast wist te maken voor het ‘communiceren via aanraking’. Ze vertelt dat dit een twinkeling in de ogen van bewoners teweegbrengt – en hoe goed het haarzelf doet om te merken dat bewoners zich prettig voelen.

Lieve zuster

Wordt de doelstelling om het welzijn van bewoners centraal te stellen echt gerealiseerd binnen de opleiding? Ja, vinden verschillende studenten en betrokken medewerkers. Corine van Marsbergen vertelt hoe ze als achtjarige op bezoek ging bij haar oma in het verpleeghuis en daar zag dat ‘de zusters’ weinig empathie hadden. Toen bedacht zij al dat ze later ook de zorg in wilde, om het anders te doen, een lieve zuster te worden. Eerst volgde zij een reguliere opleiding, maar daarin leerde ze vooral de verpleegtechnische ‘trucjes’. Nu, bij RVWO, kan ze naar eigen zeggen werken vanuit haar hart en mensen een waardig leven geven.
Ook studente Hakima Maskoul geeft aan dat ze de tijd en aandacht mag nemen voor bewoners, dat een praatje maken net zo belangrijk is als bijvoorbeeld iemand wassen. En teamleider Ingrid Bontje vertelt dat haar team voortdurend bezig is met de vraag: hoe stemmen we af op de behoeften van een bewoner en zorgen we ervoor dat ‘het laatste stukje’ zo fijn mogelijk is voor hem of haar.

Cliënten aan het woord

Na afloop van dit gesprek bezoekt de minister twee bewoners op hun eigen kamer, te beginnen met Corry Griekspoor. Hij vraagt haar wat zij ervan merkt “dat ze het anders en beter proberen te doen, dat ze van regels naar relaties willen”. Mevrouw Griekspoor geeft aan dat ze inderdaad ziet dat er dingen veranderen. Toen zij bij Munnekeweij kwam wonen, wilde ze graag internet om te kunnen Skypen met haar zoon in Canada en dochter in Brabant. Eerst kon dat niet, maar later toch wel. Ook mochten de zoon en schoondochter in Munnekeweij overnachten toen het slecht ging met haar echtgenoot, wat zij zeer waardeerde. Nog een wens van de bewoners die is gehonoreerd: de jacuzzi. Mevrouw is er zelfs al eens met haar kleinkinderen in geweest!
Ook de heer Henk van Meenen bezoekt zo nu en dan de spa – en drinkt dan ook graag een biertje, vertelt hij. Meneer Van Meenen heeft een CVA gehad en woont sinds twee jaar in Munnekeweij. Hij vindt het een van de mooiste huizen van de regio. Tweelingbroer Cees, voorzitter van de Cliëntenraad, is ook positief. Hij ziet dat bewoners de vrijheid hebben om te doen en laten wat ze willen, dat ze niet in een keurslijf worden gestopt. Tegelijkertijd ziet hij ‘als buitenstaander’ soms dingen die nog beter kunnen. En die kaart hij dan aan via de Cliëntenraad. “Mooi en belangrijk dat u dat doet”, aldus Hugo de Jonge. 
Gevraagd naar wat er beter kan, hebben beide bewoners ook nog wel een tip: meer personeel.

Extra medewerkers

Toch zijn er de laatste tijd zeker al wel extra mensen aangetrokken, blijkt uit het rondetafelgesprek dat Hugo de Jonge aan het eind van de ochtend heeft met betrokkenen bij de initiatieven die werken aan de vernieuwing van het zorgonderwijs in Friesland, West-Brabant en Zuid-Holland Noord. Deze initiatieven slagen erin om nieuwe studenten aan te spreken en bij vacatures voor hun leren-en-werken-trajecten krijgen ze voldoende sollicitanten. Wat is hun geheim?, wil de minister graag weten. Het helpt als een zorgorganisatie deel uitmaakt van de samenleving, er binding mee heeft, zo denken verschillende deelnemers aan het gesprek. Verder helpen natuurlijk ook de extra financiële middelen die zijn vrijgemaakt voor de verpleeghuiszorg, al is de bureaucratie die nodig is om er aanspraak op te kunnen maken wel een hele toer. Ook spreekt het (potentiële) studenten aan dat de opleiding nog niet helemaal vastligt, dat ze ‘mee mogen pionieren’. Bovendien waarderen zij het dat ze zelf veel regie hebben over hun leerproces, professionele autonomie ervaren – en soms ook sneller hun diploma kunnen behalen, dankzij de modulaire opbouw van het programma.

De gesprekspartners van de minister benadrukken dat de mbo- en hbo-exameneisen steeds scherp in de gaten worden gehouden bij de uitvoering van het onderwijs en dat het noodzakelijk is dat studenten hieraan voldoen. Het einddoel blijft tenslotte hetzelfde, namelijk een landelijk erkend diploma met civiel effect.

Overhandiging publicatie

Uit handen van Anton van Mansum (voorzitter raad van bestuur bij Surplus in Brabant) en Lia de Jongh ontvangt de minister nog de publicatie Radicale vernieuwing zorgonderwijs (een initiatief uit de beweging Radicale vernieuwing verpleeghuiszorg). Deze laat zien hoe vier voortrekkers onder de vlag van ‘radicale vernieuwing’ werken aan zorgonderwijs dat past bij de maatschappelijke behoeften.
“Het draait om zorgonderwijs, waarbij niet het protocol centraal staat, maar de mens. Hoe doe je dat? Door de leerling vanaf dag één van de zorgafhankelijke mens te laten leren en niet van een docent”, stelt Van Mansum. “De docent is niet de baas, maar coacht en begeleidt het leren. Het is belangrijk om de leerlingen als mens serieus te nemen, zelf regie te geven over hun leren en niet van bovenaf opdrachten op te leggen. Leerlingen leren niet alleen technische vaardigheden, maar ook om extra aandacht te geven en om een relatie aan te gaan. Want we leiden op voor de leefwereld van een verpleeghuis, waar je relaties aangaat met mensen met een zorgvraag, mantelzorgers, vrijwilligers.” De taak van de onderwijs- en zorgorganisaties is dan: “ondersteunen en faciliteren”, aldus Anton van Mansum. “Deze aanpak leidt tot meer instroom, minder uitstroom en – vrij naar Eberhard van der Laan – lievere zorgprofessionals.”
Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst). Beeld: Buro JP.

Ook andere media besteedden aandacht aan het bezoek van de minister aan Munnekeweij. Zie onder meer:
de website Waardigheid en Trots
Blik op Noordwijkerhout


Geplaatst op: 19 september 2019
Laatst gewijzigd op: 20 september 2019