Hoe kijken deelnemers terug op train-de-trainersessies?

De train-de-trainerbijeenkomsten Waarde-vol Werkbegeleiden zitten erop! Wat hebben deelnemers opgestoken van deze sessies? En hoe zetten ze dit zelf in? Een praktijkopleider en een docent vertellen.

Als je met veel verschillende partijen en personen vormgeeft aan een vernieuwende praktijk-leerroute als Radicale Vernieuwing Waarde-vol Onderwijs® (RVWO), dan is het belangrijk dat je dezelfde taal spreekt. “Dat lukt gaandeweg steeds beter, mede dankzij de train-de-trainersessies”, vindt Astrid Molenaar (docent en studieloopbaanbegeleider bij mboRijnland). In de eerste maanden van 2019 schoof Astrid bij twee van de vier sessies Waarde-vol Werkbegeleiden aan. Deze bijeenkomsten, verzorgd door Nicolien van Halem (verpleegkundige, lerarenopleider en auteur van studieboeken voor praktijk- en werkbegeleiders), waren in eerste instantie bedoeld voor de praktijkopleiders van zorgorganisaties ActiVite, DSV|verzorgd leven en Topaz. Zij kregen tips aangereikt voor het begeleiden van werkbegeleiders die studenten RVWO ondersteunen. “Ook wij werden uitgenodigd, omdat het van belang is om als praktijkopleiders, studieloopbaanbegeleiders/docenten en straks ook werkbegeleiders een gemeenschappelijk vertrekpunt en begrippenkader te hebben, als basis voor een goede samenwerking”, aldus Astrid.

Werkvormen

Een groot pluspunt van de train-de-trainersessies was dat er volop ruimte was om onderling uit te wisselen, vindt ook Corinda Witteveen (praktijkopleider bij DSV|verzorgd leven). “Daardoor kom je meer op een lijn te zitten.” Daarnaast is ze blij met de veelheid aan werkvormen die aangereikt werden. “Bijvoorbeeld verschillende intervisie-instrumenten of feedback-tools, die direct toepasbaar zijn in de praktijk. Toevallig vertelde een collega mij vandaag nog dat ze met succes de OEPS-aanpak had toegepast, een methodiek om feedback te geven.” Ze geeft een toelichting: “Eerst Observeer je: je vraagt de ander naar de situatie en het feitelijke gedrag. Dan informeer je naar het Effect van het gedrag. Vervolgens neem je een Pauze, waarin je samenvat wat de ander heeft verteld. Tot slot bespreek je samen suggesties voor hoe het beter kan.”

Werkbegeleiders trainen

Bij DSV|verzorgd leven zijn de praktijkopleiders begonnen om het geleerde over te dragen aan de werkbegeleiders. “Inmiddels zijn we al zeven teams aan het trainen”, vertelt Corinda. “We zijn gestart bij de pilotafdelingen van RVWO en breiden langzaam uit naar de rest van de organisatie. Uiteindelijk is het immers de bedoeling dat alle medewerkers werkbegeleider kunnen zijn van studenten RVWO – en dat betekent dat we nog aardig wat trainingen voor de boeg hebben.”
Bij het trainen van de werkbegeleiders gebruiken de praktijkopleiders onder meer de PowerPointpresentaties en filmpjes die Nicolien heeft gemaakt, bijvoorbeeld over hybride leren. “Deze materialen komen nu zeker van pas; ze geven houvast.”

Vragen over leervragen

Corinda merkt dat de (aankomende) werkbegeleiders over het algemeen heel enthousiast zijn over de trainingen. “Dit geldt voor alle zorg- en welzijnsmedewerkers, ongeacht hun functie of opleiding. Het is mooi, dat iedereen een stem heeft binnen dit traject.” Tijdens het trainen van de werkbegeleiders zien de praktijkopleiders van DSV|verzorgd leven dat er met name over het thema ‘leervragen’ veel onduidelijkheid bestaat. “Werkbegeleiders vinden het lastig om te beoordelen wat een goede leervraag is. Gelukkig heeft Nicolien veel handvatten gegeven om dit te beoordelen. Je kunt een leervraag bijvoorbeeld langs het kwalificatiedossier leggen om te checken of deze het juiste niveau heeft. Je kunt vragen stellen, om de leervraag te verhelderen. Als je deze scherp hebt, bedenk je welke stappen de student kan zetten om de vereiste competenties onder de knie te krijgen. En hoe je dit als werkbegeleider ondersteunt.”

Rollen veranderen

Door RVWO zijn de rollen van slb’er/docent, praktijkopleider en werkbegeleider aan het veranderen, signaleren Astrid en Corinda. “Als docent worden we steeds meer coach van de studenten in plaats van degene die voornamelijk kennis overdraagt”, zegt Astrid. “Ook hebben we nu veel intensiever contact met de praktijk. Zo geven we iedere week aan de praktijkopleiders door wat we hebben behandeld op school. Bovendien gaan we twee keer per jaar uitgebreid in gesprek met de praktijkopleider, werkbegeleider en student.”
Ook de rol van praktijkopleiders en werkbegeleiders verandert. Corinda: “De vier praktijkopleiders van DSV|verzorgd leven zijn vooral druk met het geven van trainingen aan werkbegeleiders en het coachen van studentbegeleiders: senior-verpleegkundigen die het aanspreekpunt zijn voor studenten en docenten. Deze studentbegeleiders zijn ook steeds meer degenen die de voortgang van de studenten op de werkvloer beoordelen, met input van de werkbegeleiders. De werkbegeleiders hebben de rol van beoordelaar niet meer. Zij zijn vooral opleider – degene die laat zien hoe je bepaalde handelingen verricht – en coach van de studenten RVWO.”

Cruciale bijdrage

Wat hopen Astrid en Corinda dat de trainingen van de werkbegeleiders zullen opleveren? “Onder meer, dat straks alle werkbegeleiders een heel helder beeld hebben van wat RVWO inhoudt en hoe ze studenten RVWO kunnen begeleiden. Nu is dat nog niet altijd zo”, zegt Astrid. Ze geeft een voorbeeld. “Bij RVWO vinden we het essentieel dat de student het welbevinden van de cliënt vooropstelt. Toen een student RVWO onlangs echter de tijd nam om bij een cliënt te gaan zitten die het moeilijk had, kreeg ze daarover een opmerking van de werkbegeleider. Die klaagde dat de student “daar maar een beetje zat, terwijl de collega’s het zweet op de rug had staan”.
Corinda: “Ik hoop dat werkbegeleiders weten bij wie ze hun verhaal kwijt kunnen of wie ze om hulp kunnen vragen als ze ergens tegenaanlopen: bij andere werkbegeleiders – we hebben intervisiegroepen opgericht – of de praktijkopleiders. Verder hoop ik dat werkbegeleiders beseffen dat zij een cruciale bijdrage leveren aan het opleiden van studenten RVWO én dat zij gaan ervaren dat ze de handvatten hebben gekregen om dit op een goede manier te doen.”

Tekst: Femke van den Berg (Bureau Bisontekst)


Geplaatst op: 8 mei 2019
Laatst gewijzigd op: 8 mei 2019